Wat is de betekenis van waarachtig?

2019
2020-11-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

waarachtig

waarachtig - Bijvoeglijk naamwoord 1. echt, oorspronkelijk Hij is de waarachtige God. Het boek geeft een waarachtig tijdsbeeld van die periode weer. waarachtig - Bijwoord 1. inderdaad, zowaar Daar staa...

Lees verder
2018
2020-11-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

waarachtig

waarachtig - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord uitspraak: waar-ach-tig 1. wie de waarheid spreekt en niet bedriegt ♢ het is waarachtige liefde 1. zonder beperkingen, helemaal ♢ dat is waarachtig...

Lees verder
1997
2020-11-24
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

waarachtig

zie wil.

1982
2020-11-24
De Tale Kanaans

J. van Delden

waarachtig

oprecht, betrouwbaar.

1980
2020-11-24
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Waarachtig

Wie het woord waarachtig vergelijkt met woorden als steenachtig, beestachtig, roodachtig, stuit op een schijnbare tegenstelling. Waarachtig betekent: echt, zeker, met de waarheid in overstemming; steenachtig is: gelijkenis tonende met steen, roodachtig: gelijkend op rood. Toch hebben wij met hetzelfde ach-tervoegsel te maken. Oorspronkelijk luidde...

Lees verder
1973
2020-11-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

waarachtig

I. bn. en bw., waarlijk, zeker; echt: de waarachtige liefde; oprecht, waarheid sprekend: een — getuige zal niet liegen; II. bw. of tw., in waarheid, stellig: het is — waar; als tw., beslist, bepaald: wel wis en —!; als sterke verzekering: dat is — geen pretje!; — niet!; notabene: daar begint hij — weer!

Lees verder
1898
2020-11-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Waarachtig

zie Echt.

1898
2020-11-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Waarachtig

Het begrip waarachtig heeft 3 verschillende betekenissen: 1. waarachtig - WAARACHTIG - bn. naar de waarheid zweemende, eenigszins waar : Het is waarachtig, Jan. Gij zijt een eerlijk man. Wáárachtig is het; maar Dat is wat min dan waar. 2. waarachtig - WAARACHTIG - bn. bw. (-er, -st), WAARACHTIGLIJK, bw. waar, zeker; echt; God is waar...

Lees verder