Wat is de betekenis van vrouwelijk?

2019
2021-08-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vrouwelijk

vrouwelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. met betrekking tot een vrouw, kenmerkend voor een vrouw vrouwelijke charmes. 2. (grammatica) behorend tot het woordgeslacht dat mannelijk noch onzijdig is Directrice, merrie en liefde zijn vrouwelijke woorden in het N...

Lees verder
2018
2021-08-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vrouwelijk

vrouwelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: vrou-welijk 1. wie of wat bevrucht kan worden ♢ deze plant is van het vrouwelijke geslacht 2. met de eigenschappen van een vrouw ♢ mijn neef gedraag...

Lees verder
1990
2021-08-05
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

vrouwelijk

vrouwelijk - Met kenmerken, eigenschappen of acties die worden geassocieerd met het vrouwelijk geslacht.

1973
2021-08-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

vrouwelijk

bn., 1. (van het geslacht) van de vrouwen: het — lichaam; uit vrouwen bestaand: een — hulpkorps; 2. eigen aan de vrouwen: de vrouwelijke inbreng in het mens-zijn; iets vrouwelijks, iets dat afkomstig is van vrouwen; zoals men bij vrouwen pleegt te vinden: — gevormde handen; 3. (van bloemen) bloem waarin alleen stampers aanwezig zi...

Lees verder
1952
2021-08-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vrouwelijk

adj., froulik; (niet) van het - geslacht houden, (gjin) frouljusflesk, -fleis (oan jin) hawwe; — dier, wyfke (it).

1950
2021-08-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vrouwelijk

bn., 1. van de vrouwen, van het geslacht der vrouwen : het vrouwelijk lichaam ; vrouwelijke personen; het vrouwelijke geslacht; — uit vrouwen bestaande : een vrouwelijk hulpkorps; 2. eigen aan de vrouwen, tot haar behorende, aan haar eigen of voor haar passende: de vrouwelijke bevalligheden ; vrouwelijke deugden; de vrouweli...

Lees verder
1933
2021-08-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vrouwelijk

(taalk.), → Geslacht (3°).

1898
2021-08-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VROUWELIJK

VROUWELIJK - bn. als, tot eene vrouw behoorende : de vrouwelijke personen ; het vrouwelijke geslacht; — de vrouwelijke bevalligheden, natuurlijke bevalligheden der vrouw; — de vrouwelijke handwerken, bezigheden, handwerken, bezigheden der vrouw; — vrouwelijke deugden; — zacht, beschroomd : vrouwelijke manieren hebben ; &...

Lees verder