Wat is de betekenis van volstrekt?

2018
2020-11-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

volstrekt

volstrekt - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: vol-strekt 1. geheel en al, ten volle ♢ dat is volstrekt duidelijk Bijvoeglijk naamwoord: vol-strekt de/het volstrekte ... Synoniemen absoluut, finaal, volk...

Lees verder
1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

volstrekt

bn. en bw. (-st), 1. onbeperkt: de volstrekte macht bezitten; 2. absoluut, het tegengestelde van betrekkelijk: de volstrekte hoogte; (rekenkunde) de volstrekte waarde van een cijfer, waarde die het op zichzelf beschouwd heeft; de volstrekte meerderheid, die groter is dan de helft van het aantal stemmen; 3. stellig, helemaal, zonder beperking: een...

Lees verder
1933
2020-11-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Volstrekt

en betrekkelijk (philos.), → Absoluut.

1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOLSTREKT

VOLSTREKT - bn. bw. (-er, -st), VOLSTREKTELIJK, bw. (w. g.) onbeperkt, onbepaald: de volstrekte macht bezitten; — (rekenk.) volstrekte waarde van een cijfer, waarde die het cijfer, op zichzelf beschouwd, heeft; — de volstrekte meerderheid, één meer dan de helft; ik wil het volstrekt niet hebben, heelemaal niet. VOLSTREKTH...

Lees verder