Wat is de betekenis van uitbouwen?

2019
2021-09-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitbouwen

uitbouwen - Werkwoord 1. een bestaand gebouw groter maken door er iets aan te bouwen Wij hebben het huis uitgebouwd met een garage. 2. (figuurlijk) een organisatie of denkbeeld verder uitbreiden Zij kon haar boetiekje uitbouwen tot een modeketen met filia...

Lees verder
2018
2021-09-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitbouwen

uitbouwen - regelmatig werkwoord uitspraak: uit-bou-wen 1. groter maken ♢ in de toekomst zal de stad verder uitgebouwd worden 2. vergroten door er aan de buitenzijde een stuk aan te bouwen ♢ we...

Lees verder
2017
2021-09-19
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Uitbouwen

Uitbouwen - het laatste rot en het achterste gelid volmaken bij het aantreden.

1973
2021-09-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

uitbouwen

(bouwde uit, heeft uitgebouwd), bijbouwen, vergroten.

1952
2021-09-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Uitbouwen

v., útbouwe.

1950
2021-09-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Uitbouwen

(bouwde uit, heeft uitgebouwd), 1. naar buiten bouwen, t.w. buiten de oorspr. begrenzing, of zo dat het uitsteekt (boven de grond): een uitgebouwde vleugel, erker;een stad uitbouwen, vergroten; — (zeew.) het bovenste gedeelte van een schip breed maken. 2. (landb.) uitputten (een akker).

Lees verder
1900
2021-09-19
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

uitbouwen

Uit de bouwmassa vooruitspringend deel van enige omvang, vaak toegevoegd, dus minder organisch met die massa verbonden.