Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

uitbouwen

betekenis & definitie

uitbouwen - Werkwoord
1. een bestaand gebouw groter maken door er iets aan te bouwen
Wij hebben het huis uitgebouwd met een garage.
2. (figuurlijk) een organisatie of denkbeeld verder uitbreiden
Zij kon haar boetiekje uitbouwen tot een modeketen met filialen in tien landen.

uitbouwen - Zelfstandignaamwoord
1. meervoud van het zelfstandig naamwoord uitbouw}}
Alle uitbouwen aan de achterkant van het huis moeten worden gesloopt omdat de fundering niet deugt.

Woordherkomst
samenstelling van uit(bijwoord) en bouwen(werkwoord)