Wat is de betekenis van tuchthuis?

2019
2021-04-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tuchthuis

tuchthuis - Zelfstandignaamwoord 1. gevangenis voor misdadigers 2. tuchtschool Woordherkomst samenstelling van tucht en huis Synoniemen [1] gevangenis, penitentiaire inrichting, huis van bewaring

Lees verder
1973
2021-04-18
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

tuchthuis

o. (-huizen), straf gesticht; oorspronkelijk inrichting voor dwangarbeid met pedagogisch doel; in Nederland vóór 1886 gevangenis voor crimineel veroordeelden; (metonymisch) tuchthuisstraf: het — verdiend hebben.

1958
2021-04-18
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

TUCHTHUIS

Lwd. is vrijwel de enige stad in Frl. die met weinig onderbreking van 1598-1837 een T. heeft gehad, eerst stedelijk, toen prov. De spinhuizen van Bolsward, Sneek en Workum waren geen vrouwengevangenissen als elders in Nederland. Het Leeuwarder T. was derde der toen. nieuwe strafgestichten (Amsterdam 1596, Leiden 1598). Doel was lediggang en bedelar...

Lees verder
1952
2021-04-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Tuchthuis

s.n., ticht-, rasp-, spinhús (it).

1950
2021-04-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Tuchthuis

o. (...zen), strafgesticht; in N.-Nederl. gedurende de tijd van het Code Penal (1813—1886) gevangenis voor crimineel voerordeelden, wel te onderscheiden van de huizen van bewaring, waarin correctioneel veroordeelden werden opgenomen.

1949
2021-04-18
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Tuchthuis

verzwaarde vorm van gevangenis. De meeste landen kennen een onderscheid tussen de lichtere gevangenisstraf en de zwaardere T.-straf. In Ned. bestond vóór 1886 de (onterende) T.-straf als gewone straf voor misdaden Thans kent Ned. geen T. meer. In Blg. wordt dwangarbeid in T. ondergaan.

Lees verder
1933
2021-04-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Tuchthuis

(Oorsprong) Het eerste tuchthuis in Ned. werd opgericht te Amsterdam (Heiligeweg, op de plaats van de huidige overdekte zweminrichting) in 1595, voor dieven, deugnieten en leegloopers. Het had ten doel, de daar opgeslotenen door arbeid en godsdienst tot een behoorlijk leven in de maatschappij op te leiden. Naar het voornaamste werk, raspen van hout...

Lees verder
1898
2021-04-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tuchthuis

Tuchthuis - o. (...zen), gevangenis voor crimineel veroordeelden, wel te onderscheiden van de huizen van bewaring, waarin correctioneel veroordeelden worden opgenomen; —BOEF, m. (...ven), tuchteling; —MEESTER, m. (-s), kommandant eener strafgevangenis; —STRAF, v. (-fen), opsluiting in een tuchthuis.

Lees verder
1898
2021-04-18
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Tuchthuis

zie Gevangenis.