Wat is de betekenis van stuk?

2024-06-25
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

stuk

1) (17e eeuw) (inf.) (oorspr.: een stuk van een meid) mooie, seksueel erg aantrekkelijke vrouw (soms ook man). Vgl. brok*, moot*, spetter* en stoot*. • ’t is sulck een stuck van een Meyt, je soutze voor de ploeg, of voor een wagen gespannen hebben. Ze is geborst en gebilt… als Sint Joris Heynst… (J.Z. Baron: Kees Louwen oft...

2024-06-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

stuk

stuk - Zelfstandignaamwoord 1. deel, gedeelte, onderdeel van een geheel De prachtige vaas viel in vele stukken op de vloer. Van wie is dat stuk speelgoed? Zodra ook dat stuk geschut is opgesteld, is de batteri...

2024-06-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

stuk

stuk - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. niet meer heel, in delen uit elkaar gevallen ♢ de vaas viel en nu is hij stuk 2. niet meer werkend ♢ mijn horloge is stuk, hij staat stil ...

2024-06-25
Jargon & Slang van Soldaten

Marc De Coster (2017)

Stuk

Stuk - een stuk uit de lenden draaien: zijn gevoeg doen. Schertsend. Syn.: een stuk aan zijn bruine trui gaan breien; zijn stuk uitwringen: urineren. Syn.: uit zijn buik huilen.

2024-06-25
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

stuk

Combinatie van heer-vrouw in een kleur.

2024-06-25
Kuifje in Vlaanderen

Michel Uyen

stuk

een stuk in zijn voeten drinken (in zijn kraag)

2024-06-25
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

stuk

(bn) SP - uitgeput, aan het eind van zijn krachten, haast niet meer vooruit te branden: stuk zitten, zijn dood, kapot.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-25
Financieel Woordenboek

Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

stuk

stuk - Woord om aan te geven dat het bij een effect om een klassiek stuk ofwel K-stuk gaat.