Wat is de betekenis van staf?

2019
2021-05-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

staf

staf - Zelfstandignaamwoord 1. een stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon Mozes sloeg de steen met zijn staf. 2. (bedrijfskunde) leidinggevend personeel

Lees verder
2018
2021-05-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

staf

staf - zelfstandig naamwoord 1. versierde stok die bisschoppen bij zich hebben ♢ wil jij de staf van Sinterklaas even aanpakken? 2. groep mensen die de leiding heeft ♢ de staf van dit ziekenhuis bestaat uit d...

Lees verder
2009
2021-05-11
Sinterklaaslexicon

Sinterklaas van A tot Z door Marie-José Wouters

Staf

De staf is het teken van waardigheid. Een abt draagt de krul van de kromstaf naar binnen gekeerd, een bisschop of kardinaal draagt de krul naar buiten. Hij is van de herdersstaf afkomstig en symboliseert de pastorale zorg. De staf is ook de vervanging voor de speer/lans van → Wodan.

Lees verder
2008
2021-05-11
Praktische Economie havo 3

Begrippenlijst uit Praktische Economie havo 3

staf

Specialistische afdeling die de leiding adviseert en ondersteunt.

2008
2021-05-11
Praktische economie vwo 3

BEGRIPPENLIJST UIT PRAKTISCHE ECONOMIE VWO 3

staf

Specialistische afdeling die de leiding adviseert en ondersteunt.

1994
2021-05-11
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Staf

Staf, Cornelis, Nederlands politicus, *23.4.1905 Ede, +10.9.1973 Arnhem. Staf studeerde aan de Landbouwhogeschool in Wageningen, afdeling bosbouw; hij trad in 1929 in dienst van de Heidemaatschappij en voltooide intussen zijn technische studies aan de th in Breslau; hij maakte diverse studiereizen en werkte geruime tijd in Zwitserland; van 1941-194...

Lees verder
1991
2021-05-11
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Staf

Groep van functionarissen, al dan niet gegroepeerd in afdelingen, die in een lijn-staforganisatie een adviserende functie ten aanzien van de lijn-functionarissen bekleden. De staf bestaat uit een groep deskundige medewerkers, die niet direct aan de produktie of dienstverlening meewerken, doch een interne ondersteunende en adviesfunctie bekleden. He...

Lees verder
1990
2021-05-11
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

staf

staf - Lange stokken die met de hand worden vastgehouden en steun bieden bij het lopen.

1977
2021-05-11
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

staf

staf - penis (vgl. stok, stang, staaft.d.). Adams Staf, en 182 Eva’s Dal, 336 Onderscheidene Drink-Conditiën 4 [1830]. Met lange halen likte ze mijn staf en van tijd tot tijd verdween mijn zak helemaal in haar mond, Chick A 54. 109 [± 1975].

Lees verder
1973
2021-05-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

staf

m. (staven), 1. stok, van uiteenlopend materiaal, vooral voor een houten staaf; 2. m.n. stok als steun bij het lopen; 3. (fig.) steun, stut; 4. herdersstaf; 5. vandaar als teken van gezag of waardigheid dat door aanzienlijke functionarissen wordt gehanteerd ⓔ; 6. als teken van vorstelijke macht; kroon en —; 7. als teken van rechterlijke macht...

Lees verder
1964
2021-05-11
voornamen

Voornamenboek

Staf

m -> Gustaaf (Zuid-Ndl.).

1955
2021-05-11
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

STAF

zie Bisschopsstaf.

1954
2021-05-11
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Staf

van de abt, opgenomen in het wapen, dat in 1912 verleend is aan de gemeente Ten Boer als herinnering aan de voormalige kloosters van Sint-Annen, Ten Boer, Thesinge en Wittewierum.

1952
2021-05-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Staf

s., stêf, steaf.

1950
2021-05-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STAF

m. (staven), 1. stok, van verschillende stof, echter meest voor een houten staaf; 2. (inz.) stok tot steun bij het gaan: de vreemde reiziger leunde op zijn staf; 3. (fig.) steun, stut: deze zoon is een staf zijns ouderdoms; hij is mijn staf en mijn steun; 4. stok van een herder; herdersstaf: de staf van de herder; 5....

Lees verder
1949
2021-05-11
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Staf

zij, die de commandant van een leger of vloot of van een onderdeel daarvan terzijde staan in de bevelvoering, alsmede allen, die niet behoren tot de samenstellende lagere onderdelen (bv. adjudanten).

1933
2021-05-11
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Staf

(krijgsk.), Stafkwartier.

1926
2021-05-11
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Staf

In het Oude Testament worden voor staf verschillende woorden gebruikt. Naar de grondbeteekenis hebben we in Gen. 32 : 10, Ëx. 12 : 11 en 1 Sam. 17 : 40 te denken aan een roede; in Gen. 38 : 18, 25, Ex. 4 : 2 v., 7: 9 v., 8:5, 4 : 16 e.a. aan een werktuig om uit te strekken; in Num. 21 : 18, Richt. 6 : 21, 2 Kon. 4 : 29, 31 aan een werktuig, wa...

Lees verder
1916
2021-05-11
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Staf

Staf - de bevelhebber eener troepenafdeeling, benevens de niet bij een onderafdeeling ingedeelde personen. — Groote S. Hiertoe behoren de officieren van het Militair Huis der Koningin, de bevelhebbers der verschillende verdedigingsliniën en de inspecteur van het militair onderwijs. — Plaatselijke S. De plaatselijke commandanten en pl. adjudanten, b...

Lees verder
1898
2021-05-11
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Staf

zie Stok.