Schipperen
(schipperde, heeft geschipperd), 1. met beleid in orde brengen, klaarkrijgen: ik zal dat wel schipperen; 2. naar omstandigheden handelen geven en nemen, niet op zijn stuk staan, niet aan zijn beginsels vasthouden: je moet een beetje weten te schipperen; van schipperen wilde hij nooit weten.