Rukken
(rukte, heeft en is gerukt), 1. zich voortbewegen; inz. optrekken (van krijgsvolk): zij rukten steeds dieper het land in; ten strijde, in het veld of te velde rukken, zich gereedmaken tot de strijd (van een leger); vgl. in-, uitrukken. 2. een snelle, korte, plotselinge beweging of bewegingen maken, die aan iets m...