Wat is de betekenis van Roosje?

2022
2023-02-05
Jiddisch

Woordenboekje Nederlandse Jiddisch

Roosje

booswicht, jodenhater, Hebreeuws rasja'; vergelijk resjaante.

2020
2023-02-05
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Roosje

Zie Rosa

2019
2023-02-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Roosje

Roosje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord Roos

Lees verder
2004
2023-02-05
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

roosje

Maagdelijkheid; vaak ook voor vrouwelijk schaamdeel (al dan niet met de toevoeging: zonder doornen). Vruchten- en bloemennamen zijn blijkbaar populaire metaforen voor de vagina. ‘Het roosje plukken’ betekent ontmaagden. Deze uitdrukking vinden we al terug in het ‘Antwerpener Liederbuch vom Jahre 1544’. In het lesbisch spraakgebruik is ‘roosje’ echt...

Lees verder
1998
2023-02-05
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Roosje

1. haar - plukken, haar ontmaagden. Eufemistische uitdr. uit de 16de eeuw. In de Angelsaksische landen wordt de maagdelijkheid vergeleken met een ‘kers’ (vanwege de vermeende gelijkenis). To lose one’s cherry bet. ‘haar maagdelijkheid verliezen’. Wanneer je met Van Straten meeleest van middeleeuwen naar negentiende eeuw, dan constateer je een gelei...

Lees verder
1991
2023-02-05
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Roosje

Roosje - anus. Wat erotisch genot betreft komt het roosje op de tweede plaats, na de kittelaar. (Sisley & Harris, 1981). Zie ook achterdeurtje.

1964
2023-02-05
voornamen

Voornamenboek

Roosje

v -> Rosa. Zie ook Roos.

1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Roosje

o. (-s), 1. kleine roos (in alle bet.). 2. ben. voor zeer kleine diamantjes waarvan er 20, 30 of 40 in een karaat gaan; vgl. Roos, 11. 3. ben. voor een soort van aardappelen. 4. roosje-zonder-dooms, volksn. voor de akelei; ook voor een Oudhollandse likeur. 5. meisjesnaam.

Lees verder
1937
2023-02-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

roosje

o. roosjes (kleine diamant, meestal afval van grotere); zie roos 10.

1933
2023-02-05
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Roosje

rozet ook half-briljant genoemd, diamar, met plat grondvla terwijl het opperv. geslepen is me facetten i/d gedaante v/e afgeknotte pyramide.

1930
2023-02-05
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

roosje

('ro:sjə) o. (-s) vklw. van → roos inz. (III 4).