put
...
Van Dale Uitgevers (1950)
m. (-ten), 1. gegraven of geboorde diepte waarin water opwelt of waarin men water opvangt en bewaart: een put graven, delven; Artesische putten; — aan de binnenzijde met steen bekleed: een put metselen; 2. figuur op het ganzenbord die een put (1.) voorstelt: in de put zitten; (fig.) in verlegenheid zitten, geen uitweg we...
Marc De Coster (2020-2025)
1) (19e eeuw) (havenarbeiders) scheepsruim. • De stuwadoor is van het laatste kwart van de negentiende eeuw; zijn functie ontwikkelde zich uit die van de eenvoudige scheepsaannemer of aanneembaas, uit de „put" (scheepsruim) opgeklommen. (NRC Handelsblad, 05/09/1974) • Triton, die de eis voor een andere opzet van de stukgoedpool &bd...
Muiswerk Educatief (2017)
put - zelfstandig naamwoord 1. smal, diep gat in de grond waar water uit wordt gehaald ♢ ze schepten wat water uit de put 1. in de put zitten [verdrietig, neerslachtig zijn] 2....
Michel Uyen
kuil. De jongen had op het strand een diepe put gegraven en was erin gevallen. Er zitten veel putten in de weg (gaten). Ook: tekort, gat. Een put van 100 miljoen euro.
Gerelateerde zoekopdrachten
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: