Wat is de betekenis van proper?

2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

proper

proper - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: pro-per 1. verzorgd en keurig ♢ Wilhelmina is altijd erg proper 2. zonder stof, viezigheid of vlekken ♢ haar badkamer is altijd proper Bijvoe...

Lees verder
2015
2021-04-16
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

proper

schoon, netjes (informeel) De brandweer en de civiele bescherming kwamen massaal ter plaatse om de ingewanden met graafmachines op te scheppen en het wegdek met sterke detergenten schoon te spuiten. Pas rond 6 uur was de rijbaan proper. (De Standaard) In Nederland is het gebruik van ‘proper’ vrijwel beperkt tot si...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

proper

[➝Fr.], bn. en bw. (-der, -st), zindelijk, rein, goed schoon: de vloer ziet er uit.

1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Proper

adj. & adv., himmel, skjin, eptich, kreas.

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Proper

(<Fr.), bn. bw. (-der, -st), zindelijk, rein, net: proper gekleed; met propere handen; (ironisch) ’t is proper, ’t is wat propers! ’t is mooi, 't is netjes!

1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Proper

Proper - bn. bw. (-der, -st), zindelijk, rein, net: proper gekleed; met propere handen. PROPERHEID, v. zindelijkheid, netheid.

1864
2021-04-16
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

proper

proper - bn. (properder, B. properer, properst), zindelijk, rein, net