Wat is de betekenis van pleuren?

2024-02-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

pleuren

Het begrip pleuren heeft 3 verschillende betekenissen: 1) met kracht gooien; smijten. Steeds met een voorzetselbepaling. 2) keihard vallen. Steeds met een voorzetselbepaling. 3) keihard regenen. keihard regenen; stortregenen. Alleen in de verbinding het pleurt.

2024-02-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

pleuren

(1949) (oorspr. sold., thans inf.) belanden; leggen, (met kracht) gooien, smijten: 'iemand de deur uit pleuren'. Soms ook in de betekenis van vallen: 'in slaap pleuren' of van weggaan. Het laatste bijna altijd imperatief: 'pleur op, jij!' In Rotterdam: 'pleur naar je eiland!' Ga terug naar waar je vandaan komt! • Ze vonden zich alweer erg belo...

2024-02-22
Jargon & Slang van Soldaten

Marc De Coster (2017)

Pleuren

Pleuren - gooien, leggen, plaatsen: kleren in de kast pleuren. Die is van de pot gepleurd: gezegd van een vrij naïef persoon. Syn.: die is van de ratten, hoeren besnuffeld. Iets inje bast pleuren: vgl. plempen.

2024-02-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

pleuren

pleuren - regelmatig werkwoord uitspraak: pleu-ren 1. met een zwaai uit je hand loslaten zodat het ergens anders terechtkomt ♢ Frank pleurde zijn schooltas in een hoek Regelmatig werkwoord: pleu-ren ik pleur ...

Wil je toegang tot alle 8 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-22
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

pleuren

Het WNT kent dit werkwoord niet. Volgens Van Dale is het soldatentaal en heeft het de betekenis ‘plaatsen, leggen, zetten, doen’. Het zijn niet deze betekenissen die uit ons materiaal te analyseren zijn. Daaruit dringt zich veeleer de verwensende betekenis ‘oplazeren, oprotten, vallen, donderen’ op. Wellicht moeten wij van...

2024-02-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Pleuren

smijten

2024-02-22
Recht voor z'n raap

Rouke G. Broersma (1970)

Pleuren

gooien, smijten.

2024-02-22
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

pleuren

(pleurde, heeft gepleurd), plaatsen, leggen, gooien, doen: zijn kleren in de kast —.