Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 16-08-2021

pleuren

betekenis & definitie

(1949) (oorspr. sold., thans inf.) belanden; leggen, (met kracht) gooien, smijten: 'iemand de deur uit pleuren'. Soms ook in de betekenis van vallen: 'in slaap pleuren' of van weggaan. Het laatste bijna altijd imperatief: 'pleur op, jij!' In Rotterdam: 'pleur naar je eiland!' Ga terug naar waar je vandaan komt!

• Ze vonden zich alweer erg beloond, wanneer ze het tevreden gebaar zagen, waarmee een chauffeur zijn plaats achter het stuur weer innam, soms nog geen vijf dagen nadat hij met zijn wagen op een mijn „pleurde". (Nieuwe courant, 25/07/1949)
• Toen we de ongenode gasten eruitgepleurd hadden, we met een select groepje overbleven en de bottels geopend waren, werd het een ‘onvergetelijke’ avond … (Jan Cremer: Ik Jan Cremer. 1964)
• ... daarna pleuren ze je met een molensteen om je hals in de Egeïsche zee. (Paul A. Wilking: De roerige wereld van Pistolen Paul. 1968)
• Pleuren, gooien, smijten. (R.G. Broersma: Recht voor z'n Raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels. 1970)
• Straks wor ik weer in de stal gepleurd. (C.B. Vaandrager: De reus van Rotterdam. Stadsgeheimen. 1971)
• Pleur terug naar 't zuie jij... (Ben Borgart: Buiten schot. 1975)
• Pleur maar weg, of laat ’t hem houden… (Ben Borgart: Een lange weg naar Tipperary. 1979)
• Buiten pleurden we de handel om de hoek in een grote tas, die werd gedragen door degene die niet mee durfde te jatten. (J..A. Deelder: Modern passé. 1984)
• Het grootste gevaar dat de bemanning bedreigt, is van verveling in slaap te pleuren. (J.A. Deelder: Drukke dagen. 1988)
• Buiten pleurden we de handel in een grote tas. (J.A. Deelder: Modern Passé. 1988)
• Pleur die tv er dèfinitief uit... (Oor, 20/10/1990)
• Ai, mijn bril pleurt op de grond! (Rascha Peper: Risico's Vleugels. 1993)
• De drie nog levende Beatles pleurden wat oud werk op CD... (HP/ De Tijd, 26/04/1996)
• Die pleurde om de haverklap in slaap, die vrijer! (J.A. Deelder: Angel Eyes. 1998)
• Toen pleurde ik in slaap. (Ilja Leonard Pfeijffer: Het grote baggerboek. 2004)
• pleure (ww.) gooien. Toe ik 'm sprak toe was-tie nogal bözeg en toe zee die dat-'ie alles gelik weg zou pleure: toen ik hem sprak was hij tamelijk nijdig en toen zei hij dat hij alles meteen zou weggooien. Het gaat hier om platvloers taalgebruik; opgemerkt dient te worden dat dergelijke vormen van plat woordgebruik in de doorsnee gezinnen te Scheveningen absoluut niet gangbaar waren. Voor de woordjes toe (zie - ). Zie als synoniem voorts plempe 2. (Piet Spaans: De spreektaal van de Scheveningse kustbewoners. 2004)
• Als je ooit nog zoiets flikt, dan pleur ik je het huis uit. (Alex Boogers: Het sterkste meisje ter wereld. 2007)
• Ze willen een vrouw met vijf kinderen zomaar op straat pleuren. (Astrid van der Star: Van lief naar lef. 2007)
• Later op de avond pleur ik haar in de Laak. (Hendrik Jan Korterink: De Haagse penose. Achter de schermen van een gesloten onderwereld. 2012)
• Ik vind het juist wel handig dat ze continu bewaakt wordt, dan hoef ik namelijk minder ver te lopen naar de verpleging als jij weer eens uit bed pleurt. (Myrthe van der Meer: Paaz. 2012)
• Je mag niet door ’t metrodeurtje, hoor. Straks pleur je tussen de spleet. (Nadja Hüpscher: In het wild. Gesprekken van de straat. 2013)
• Wie een kuil graaft voor een ander, pleurt er zelf in. (Harry Vaandrager: Koprot. 2013)
• We pleuren alles op Twitter en Facebook maar ons menstruatieleed delen we niet. (Johanna Geels: Ongearticuleerd gorgelen. 2015)
• Verdomme, jongens, is die tafel nou nog niet gedekt? Vijf borden scheef neerpleuren, dat is toch geen tafeldekken? (Sylvia Witteman: Plastic rozen. 2015)
• Als de politie voor de deur staat omdat je buiten loopt te klooien, dan pleur ik je het huis uit. (Alex Boogers: Alleen met de goden. 2015)
• Het zijn de hilarische momenten die ik mis. De momenten waarop je van je fiets pleurt terwijl je stilstaat. (Loïs Bisschop: Ik ben Loïs en ik drink niet meer. 2015)
• Zonder te fluisteren zei Marcels vrouw: ‘Let op, nu gaan ze ons ook nog bij de bejaarden pleuren.’(Griet Op de Beeck: Gij nu. 2016)
• Zeg, vuile NSB’er, zou jij niet eens van je brommertje af pleuren. (Maarten Spanjer: Spanjer in stukken. 2016)
• Let op, nu gaan ze ons ook nog bij de bejaarden pleuren. (Griet Op de Beeck: Gij nu. 2016)
• Kom op ouwe Neus, pleur al die paljassen in je kofferbak … (James Worthy: Mottenballen voor de ziel. 2016)
• Een catalogus van een reisorganisatie pleur ik zorgeloos in een portiek … (Viktor Frölke: Dagboek van een postbode. 2016)
• Wil je dat ze je overboord pleuren? (Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. 2017)
• Hij schuift onaangekondigd naar binnen en pleurt zijn weekendtas in een hoek. (Martine Bijl: Rinkeldekink. 2018)
• Begrijpt u dat? Werkende ouders? Ze willen kinderen, maar pleuren ze bij een ander neer als het niet uitkomt. (Gerard Mak: Toffe peren, rotte appels. 2018)