Wat is de betekenis van pennetje?

2022
2023-01-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

pennetje

1) (1888) (Barg.) karwei, klus, zaak. Oorspronkelijk een Amsterdams veemwoord. Komt van de uitdrukking 'volgens de pen': de naamlijst van de deelgenote. Naar het schuifpennetje dat bij de betreffende naam gestoken werd. Vgl. akkefietje*; ballenbreker*; berenklus*; joppie*; kaantje*; lefwerk*; lijntje*; melogem*; poepentoer*; sjouw*. Zie ook nog: pi...

Lees verder
2019
2023-01-27
Ewoud Sanders

Journalist, taalhistoricus, trainer

pennetje

fortuintje; karweitje; gelegenheid om iets te verdienen In 1888 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst, in de betekenis ‘fortuintje’. Vervolgens voor ‘karwei’ en ‘gelegenheid om iets te verdienen’. In 1918 schreef J. Wolthuis in Vragen van den dag ter verklaring van dit woord: Te Amsterdam verneemt men nog de uitdrukking: ‘daa...

Lees verder
2014
2023-01-27
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

pennetje

1. arbeid, baantje in los verband (werkzaamheden werden veelal bij toerbeurt vergeven volgens de pen, de naamlijst van de werklieden, zo genoemd naar het schuifpennetje dat bij de desbetreffende naam werd gestoken): Een los werkman zal u b.v. vertellen, dat hij thans werkeloos is en geen twee weken een pennetje gehad heeft, Amstelodamum 4, 63; 2. m...

Lees verder
1963
2023-01-27
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

pennetje

(het, -s), (niet alg.) haarspeld. Syn. blakapina.

1955
2023-01-27
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Pennetje

o., (Barg.) sigaret

1950
2023-01-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Pennetje

o. (-s), 1. kleine pen; 2. karweitje; 3. (Barg.) sigaret.

Lees verder
1949
2023-01-27
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

pennetje

cigaret.

1914
2023-01-27
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

pennetje

pennetje - o., (argot), sigaret.