Wat is de betekenis van paal?

2022
2022-08-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

paal

1) (1967) (inf.) mannelijk lid (in erectie). De term is wellicht veel ouder. Vgl. gelijkaardige metaforen zoals: lat*; stok* enz. Een ‘palenhater’ is een scheldwoord voor een feministe. Zie ook: Drentse* paal; liefdespaal*. • Hij had zijn paal gericht.... (Heere Heeresma: Geschoren schaamte. 1968) • Ik had de sombrero van Da...

Lees verder
2018
2022-08-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

paal

paal - zelfstandig naamwoord 1. langwerpig ding dat rechtop in de grond staat ♢ het verkeersbord is bevestigd aan een paal 1. dat staat als een paal boven water [dat is absoluut zeker, duidelijk] ...

Lees verder
2017
2022-08-16
Havenarbeiders

Jargon & Slang van Havenarbeiders

Paal

Paal - aan de paal lopen: werkloos zijn; een uitkering krijgen. Herkomst onbekend. Heeft misschien te maken met het feit dat iemands bewegingsvrijheid wordt ingeperkt wanneer men een uitkering heeft. Vgl. ook de uitdr. tegen de paal lopen: er bekaaid afkomen.

2004
2022-08-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

paal

Een wat volkse benaming voor het mannelijk lid (in erectie). Ook in de Bargoense uitdrukking ‘palen laaien’: geslachtsgemeenschap hebben (vanuit het standpunt van de man). Hij had zijn paal gericht... Heere Heeresma: Geschoren schaamte. 1968 Ik had een paal staan, zo hard dat hij gewoon pijn deed. Haring Arie: Recht voor z’n Raap. 197...

Lees verder
1992
2022-08-16
Symbolen

Hans Biedermann

paal

pijler meestal een in de aarde geplante boomstam, in vele oude culturen symbool voor de wereldas, die ook wel als centrale berg of als boom in het middelpunt van de hele wereld wordt voorgesteld. Oppervlakkig beschouwd worden heilige cultus-palen vaak als fallische symbolen geïnterpreteerd, wat echter slechts zelden valt aan te tonen.

1985
2022-08-16
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

PAAL

buurtschap in de Noordbrabantse gemeente Zundert.

1977
2022-08-16
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

paal

paal - mann. geslachtsdeel; eig. ‘stevige, puntige boomstam bestemd om in de grond gedreven te worden’ (vgl. stam, stok e.d., en andere termen uit het heiersvak als punt, put, vegen). Noch met andere medicamenten kon hij zijn paal meer oprichten, Sch. P. 187 [1970].Hij trok zijn pik uit haar mond... en richtte zijn paal op haar wijd ope...

Lees verder
1973
2022-08-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

paal

m. (palen), 1. stevig, van onderen meestal toegespitst stuk hout (boomstam, balk) bestemd om in de grond gedreven te worden; later ook van ijzer of steen: eiken palen voor bruggen; (zegsw.) zo stijf als een paal; hij ziet eruit of hij een paal ingeslikt heeft, gezegd van een houterig mens; in een klimmen; een dier aan een binden; seinpaal; (zegsw....

Lees verder
1955
2022-08-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Paal

afstandsmaat in Indonesië, ruim 1500 m op Java, ca. 1850 m op Sumatra.

1954
2022-08-16
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Paal

1. (bosb.) Bij de bosexploitatie in Indon. een ruwhoutsortiment bestaande uit onbekapte of rond (spintvrij) bekapte stamstukken met een topdikte van minder dan 20 cm, zulks in tegenstelling met dolken waartoe de stamstukken met een grotere topdikte worden gerekend. De p. worden gesorteerd in topdiameterklassen van 3 cm (4, 7, ...19 cm top) en naar...

Lees verder
1952
2022-08-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Paal

s., peal, pl. peallen; lange(v. steigers enz.), jiffer, juffer; dunne spier, spjirre; — van zeewering, sé-, dyk(s)peal; rij hoge palen ter bescherming van zeedijk, heechpeallen; — van draaihek waarom het hek draait, draeipeal; — van draaihek...

Lees verder
1950
2022-08-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Paal

I. PAAL m. (palen), 1. stevig, van onderen meestal toegespitst stuk hout (boomstam, balk) bestemd om in de grond gedreven te worden; later ook toegepast op een dergelijk voorwerp van ijzer of steen: eiken palen voor bruggen, — (zegsw.) zo stijf als een paal, hij ziet er uit of hij een paal ingeslikt heeft, gezegd van een houter...

Lees verder
1949
2022-08-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Paal

(1), van takken enz. ontdane rechte boomstam, die met het topeinde naar beneden wordt ingeheid, hetzij als dragende of heipaal voor funderingen, hetzij voor aanlegsteigers, dukdalven enz. Soms worden ijzerenschroef-P.-en toegepast, terwijl in de 20e eeuw het gebruik van P.-en van gewapend beton, zowel voor funderingen als voor andere doeleinden, ru...

Lees verder
1948
2022-08-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

paal

m. afstandsmaat in Oost-Indië = 1 506.94 m.

1937
2022-08-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

paal

I. m. palen; paaltje (Lat. palus: 1 langwerpig, van onderen meestal toegespitst stuk hout [boomstam, balk], dat in de bodem ingeheid, gedreven enz. wordt, voor verschillende doeleinden, later ook toegepast op dergelijke voorwerpen van steen, ijzer; 2 merkteken ter aanduiding v. e. grens, een afstand; 3 O.-I. afstandsmaat, op Java ± 3/11 uur...

Lees verder
1937
2022-08-16
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Paal

Afstandsmaat op Java en Sumatra. Op Java 1507 meter, op Sumatra 1852 meter.

1933
2022-08-16
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Paal

Ned. O.-Ind. lengtemaat, plaatselijk verschill. (Java 1507 m, Sumatra 1852 m).

1933
2022-08-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Paal

1° In het bouwvak, rondhout van zware afmetingen, bijv. heipalen bij fundeeringen. Men onderscheidt: 1° zgn. „Inlandsche palen”, lang 3 à 8 m en met een diameter van 0,20 tot 0,25 m op 1,50 m van den kop; ze zijn dikwijls bochtig en worden altijd in de schors geleverd. 2° Zgn. „Bovenlandsche palen”, uit Du...

Lees verder
1916
2022-08-16
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Paal

Lengtemaat in Nederlandsch Oost-Indië. Op Java : 1 paal = 400 Rijnlandsche roeden = 1506,943 M. Op Sumatra : 1 paal = 1852 M.

Lees verder
1916
2022-08-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Paal

Paal, - afstandsmaat in Ned. Indië; de „Javapaal”, meest gebruikelijk, is 1606,943 M. (rond 1500 M.), de „Sumatra-paal”, in enkele streken op Sumatra gebruikelijk, y. geogr. mijl = 1 zeemijl of 1861,852 M.