Wat is de betekenis van opperbevelhebber?

2018
2021-09-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opperbevelhebber

opperbevelhebber - zelfstandig naamwoord uitspraak: op-per-be-vel-heb-ber 1. de hoogste leider van leger of vloot ♢ de opperbevelhebber bepaalt welke militairen worden ingezet Zelfstandig naamwoord: op-per-be-vel-heb-ber ...

Lees verder
2005
2021-09-21
Lexicon van het Koninklijk Huis

Auteur: F.J.J. Tebbe

opperbevelhebber

Volgens de Grondwet van 1815 bezat de Koning ‘het oppergezag over de vloten en legers’. Hij of een van zijn familieleden trad daadwerkelijk op als bevelhebber van de strijdkrachten. Reeds in 1813 had Willem I zijn zoon, de latere koning Willem II, benoemd tot inspecteur-generaal van het nog in opbouw zijnde leger. In de gevechten bij Qu...

Lees verder
1973
2021-09-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

opperbevelhebber

m. (-s), officier die het hoogste bevel heeft. (e) De opperbevelhebber is in oorlogstijd belast met de leiding van de militaire operaties van een staat of een combinatie van staten. In de N A VO is het opperbevel reeds in vredestijd geregeld. Volgens de Ned. (art. 59) en Belg. (art. 68) Grondwet heeft de koning het oppergezag over de krijgsmacht, z...

Lees verder
1950
2021-09-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Opperbevelhebber

m. (-s), die het hoogste bevel heeft.

1949
2021-09-21
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Opperbevelhebber

hoogste bevelhebber van een leger of vloot, of in een operatiegebied. In het bijzonder hij, die in tijd van oorlog met de leiding der operatiën van een Staat is belast. In Ned. wordt alleen in tijd van oorlog een O. van Land- en Zeemacht benoemd. In Blg. is de koning O.

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten