2019-11-18

Ook

Ook vw. en bw. bovendien, daarenboven: zoo wie u op de rechter wang slaat, keert hem ook de andere toe; — (versterkt) niet alleen — maar ook: niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid gekend hebben; — ook nog, bovendien nog: moet ik dat nu ook nog beleven?; ik ben er óók nog, ik heb het in mijn macht hier tusschenbeide te komen; — evenzoo, evenzeer: is uw vrouw wel, en de kinderen ook?; — mij óók goed, uitdrukking van onverschilligheid; — als ook, gelijk mede, evenzeer als:...

2019-11-18

ook

ook - bijwoord 1. net als iemand of iets anders ♢ Jan heeft ook een groot huis 1. ik ben er ook nog! [je moet mij niet overslaan!] 2. misschien ♢ kun u me ook zeggen hoe laat het is? 3. wat erbij komt ♢ ik heb een hon...