2020-02-19

Ook

Ook vw. en bw. bovendien, daarenboven: zoo wie u op de rechter wang slaat, keert hem ook de andere toe; — (versterkt) niet alleen — maar ook: niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid gekend hebben; — ook nog, bovendien nog: moet ik dat nu ook nog beleven?; ik ben er óók nog, ik heb het in mijn macht hier tusschenbeide te komen; — evenzoo, evenzeer: is uw vrouw wel, en de kinderen ook?; — mij óók goed, uitdrukking van onverschilligheid; — als ook, gelijk mede, evenzeer als:...

2020-02-19

ook

ook - bijwoord 1. net als iemand of iets anders ♢ Jan heeft ook een groot huis 1. ik ben er ook nog! [je moet mij niet overslaan!] 2. misschien ♢ kun u me ook zeggen hoe laat het is? 3. wat erbij komt ♢ ik heb een hon...

2020-02-19

ook

(o:k) bw. en vgw. [msch. ~ Lat. augere, vermeerderen] 1. bovendien, daarenboven : hij kreeg dat te verduren van zijn vijanden en – van zijn vrienden; niet alleen, maar –; hij is er – nog. 2. evenzeer : het kwam erop aan om tegelijk een sterk en – een mooi gebouw te zetten; mij – goed; dat is – iets; dat is – wat lekkers, wat moois, wat verschrikkelijks, wat vreemds; – al; – al goed; dat is waar –! 3. zelfs : hij schroomde ervan –...