Onzuiver
bn. bw. (-der, -st), 1. met vreemde, ongewenste bestanddelen vermengd: onzuiver water; — een onzuivere bron, veelal fig.: waaruit men niet de zuivere waarheid verneemt; 2. nog niet gezuiverd, ruw; — (veroud.) niet ontdaan van vuil: onzuivere handen; 3. niet verminderd met hetgeen er noodzakelijk moet worden afgetrokken, bruto: de onzu...