Wat is de betekenis van onderbroek?

2020
2021-01-17
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

onderbroek

broek die als onderkledingstuk wordt gedragen. broek, meestal zonder pijpen en sluiting, die onder de gewone kleding als ondergoed wordt gedragen. Voorbeelden: Hij wendt zijn blik naar de zee, blijft zo een tijdje staan. Dan begint hij zich uit te kleden. Even later waadt hij in onderbroek door de golven. Hij is goed gebouwd, denkt z...

Lees verder
2019
2021-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onderbroek

onderbroek - Zelfstandignaamwoord 1. (kleding) kledingstuk dat onder de gewone broek wordt gedragen Woordherkomst samenstelling van onder(voorzetsel) en broek(zelfstandig naamwoord) Verwante begrippen boxer, boxershort, damesboxer, herenboxer

Lees verder
2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onderbroek

onderbroek - zelfstandig naamwoord uitspraak: on-der-broek 1. korte broek die je onder je andere kleding draagt ♢ hij ging zwemmen in zijn onderbroek Zelfstandig naamwoord: on-der-broek de onderbroek ...

Lees verder
1990
2021-01-17
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

onderbroek

onderbroek - Kledingstukken die op het lichaam en onder basiskleding worden gedragen, met openingen voor de benen of korte of lange pijpen.

1973
2021-01-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

onderbroek

v./m. (-en), broek als onderkledingstuk.

1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Onderbroek

v. (-en), broek welke men onder de bovenbroek draagt.

1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onderbroek

ONDERBROEK, v. (-en), de broek, welke men onder de bovenbroek (of als bij de vrouwen onder de rokken) draagt. ONDERBROEKJE, o. (-s).