Wat is de betekenis van Nut?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nut

nut - Zelfstandignaamwoord 1. baat, voordeel Weet jij wat het nut is van die extra uitleg? nut - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van nutten 2. gebiedenwijs van nutten Synoniemen heil Antoniemen onnut Verwante begrippen baat, belang, voordeel...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nut

nut - zelfstandig naamwoord 1. wat je kan helpen een doel te bereiken ♢ het heeft weinig nut om terug te gaan naar de winkel Zelfstandig naamwoord: nut het nut Synoniemen baat, profijt, voordeel

Lees verder
1990
2021-01-25
Kernpunten van de economie

Alle begrippen uit de economie

Nut

De eigenschap van een goed om direct of indirect in een behoefte te voorzien. Een brood voorziet direct in een behoefte, een bakkersoven indirect.

1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

nut

I. o., nuttigheid, voordeel, omstandigheid of eigenschap, waardoor iets tot een doel kan dienen of voordeel kan opleveren: ik zie er het — niet van in; hij zal er niet veel van hebben; onteigening ten algemenen nutte; zich iets ten nutte maken, er voordeel van trekken; van zijn; het van een zaak. II. bn. enbw., 1. iets dat voordeel oplevert,...

Lees verder
1958
2021-01-25
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

NUT

zie Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Nut

I. NUT o., 1. nuttigheid, voordeel, datgene wat ons. voor een doel kan dienen en waaruit we voordeel kunnen trekken: ik zie er het nut niet van in ; hij zal er niet veel' nut van hebben ; Maatschappij tot Nut van het Algemeen ; onteigening ten algemenen nutte ; zich iets ten nutte maken y er voordeel van trekken; ...

Lees verder
1928
2021-01-25
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Nut

’t Nut is de huiselijke naam van de „Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen”, gesticht door Jan Nieuwenhuyzen. „Het Nut” ontstond in 1784 en stelde zich ten doel „naar de beginselen van den Christelijken godsdienst algemeen volksgeluk te bevorderen”. Men trachtte daarom „mee te werken tot verbeter...

Lees verder
1916
2021-01-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Nut

Nut - een Egyptische godin, de voorstelling van den hemel. Zij wordt veelal voorgesteld door een op handen en voeten staande vrouwenfiguur, terwijl haar lichaam met sterren is beschilderd. Tusschen haar handen en voeten ligt dan de als man voorgestelde aardgod Keb, terwijl de luchtgod Sju het lichaam van N. ondersteunt en in de hoogte houdt. Zij sc...

Lees verder
1898
2021-01-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Nut

zie Baat.

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nut

Het begrip nut heeft 2 verschillende betekenissen: 1. nut - bn. (-ter, -st), nuttig : hij is tot niets nut; eene nutte bezigheid. 2. nut - o. nuttigheid, voordeel, datgene wat ons voor een doel kan dienen en waaruit we voordeel kunnen trekken: ik zie er het nut niet van in; hij zal er niet veel nut van hebben; Maatschappij tot Nut van het Algemeen...

Lees verder