Wat is de betekenis van nu?

2025-12-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Nu

[spreekt. NOU], I. bw., 1. tegenwoordig, op het ogenblik: ik heb nu geen tijd; — tot nu toe, tot heden, tot op dit ogenblik; — van nu af aan, voortaan; — hij komt nu eerst aan, zoeven is hij aangekomen; 2. op een zeker ogenblik: ze was nu eens heel aardig en dan had ze weer iets koels; —...

2025-12-11
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

nu

nu - bijwoord, voegwoord 1. de tegenwoordige tijd ♢ het verhaal speelt in het nu 2. op dit moment ♢ ik wil het nu van je weten 1. tot nu toe gaat het goed ...

2025-12-11
Kuifje in Vlaanderen

Michel Uyen

nu

nu vrijdag, vrijdag eerstkomende (vrijdag aanstaande)

2025-12-11
Nieuwe Groninger Encyclopedie

P. Brood, A.H. Huussen en J. van der Kooi (1999)

Nu

Een in 1959 op aanraden van Jos de Gruyter opgerichte kunstenaarsgroep met als doel het houden van gezamenlijke exposities. In 1960 had Nu een tentoonstelling in het Groninger Museum. De kunstenaars van Nu hadden geen duidelijk artistiek programma. Van deze kunstenaarsgroep maakten onder anderen deel uit: Jan van der Zee, Jan Jordens, Piet Snel, Ja...

2025-12-11
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Nu

[Gr.; vgl. Hebr. noen = slang] 13e letter van het Gr. alfabet (v), overeenkomend met onze n.

2025-12-11
Lexicon Nederland en België

Liek Mulder (1994)

nu

nu, → 2Nationale Unie

2025-12-11
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Nu

Griekse letter

2025-12-11
Wijn & drank Encyclopedie

Jan Zellenrath (1979)

Nu

Letterlijk: naakt, netto. In Frankrijk is de prijs van de wijn 'nu' als hij wordt gegeven zonder fles, vat of enige emballage. Kortom, zonder bijkomende kosten.

2025-12-11
Kleine woordentolk der geesteswetenschappen

A.J.H. van Leeuwen, A.P. Meyer-Gerhard (1977)

NU

(e) Wateren der ruimte.

2025-12-11
Woordenboekje Nederlandse Jiddisch

H. Beem (1975)

Nu

vragende interjectie; ook als tegenwerping bedoeld; Nieuwhoogduits nun.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-11
Frans woordenboek (FR-NL)

Dr. F.P.H. Prick van Wely (1952)

Nu

I. naakt, bloot, onbedekt; kaal; nu comme la main (un ver), moedernaakt, spiernaakt, poedelnaakt; nu-tête of la tête nue, blootshoofds; II. ’t naakt(e); mettre à nu, ontbloten; blootleggen; monter un cheval à nu, een paard zonder zadel berijden.