Wat is de betekenis van Nuance?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nuance

nuance - Zelfstandignaamwoord 1. een minimaal verschil 2. fijn detail De basis begrijpen is makkelijk; de nuance appreciëren duurt jaren.

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nuance

nuance - zelfstandig naamwoord uitspraak: nu-an-ce 1. klein detail ♢ hij vertelt de gebeurtenissen met veel nuances 1. nuances aanbrengen in een verhaal [iets preciezer en iets anders vertellen]...

Lees verder
2012
2022-05-16
Nick Felix

Stagiair bij KRO Brandpunt

Nuance

Een nuance is een subtiel onderscheid. Het gaat niet om een groot verschil tussen twee dingen, maar juist om het kleine. Het woord is ontleend aan het Franse woord nuance, dat dezelfde betekenis heeft als het Nederlandse woord. Om het woord en het gebruik ervan te verduidelijken zullen hier twee voorbeelden volgen. 'Het verschil tussen een goede w...

Lees verder
1994
2022-05-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Nuance

[Fr., van nuer = schaduwen, van Lat. nubere = omhullen, nubes = wolk] schakering.

1993
2022-05-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Nuance

fijn onderscheid; tint

1990
2022-05-16
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

nuance

nuance - Een kleur die wordt gemaakt door het mengen van een basiskleur met wit om de basiskleur lichter te maken.

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

nuance

[Fr.], v./m. (-s, -n), 1. kleurspeling, tint, schakering; 2. (bij uitbreiding) weinig afwijkende verscheidenheid; fijn onderscheid.

Lees verder
1955
2022-05-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Nuance

schakering; bijna onmerkbaar verschil, fijn onderscheid

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Nuance

(Fr.), v. (-n, -s), I. kleurspeling, tint, schakering; 2. (bij uitbr.) weinig afwijkende verscheidenheid ; fijn onderscheid.

Lees verder
1948
2022-05-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

nuance

v. schakering, tint(je).

1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

nuance

v. nuances, nuancen (Fr. tint, schakering, kleurspeling; fig. fijne onderscheiding).

1916
2022-05-16
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Nuance

Schakeering, tint, bijna onmerkbaar verschil, fijn onderscheid.

1910
2022-05-16
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Nuance

Nuance - (Fransch) schakeering, soort.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nuance

v. (-n, -s), kleurspeling, tint, schakeering; (fig.) weinig afwijkende verscheidenheid.

1864
2022-05-16
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

nuance

nuance - v. (nuances), schaduwing, schaduwverdeeling, kleurspeling, tint, schakeering