Wat is de betekenis van naamwoord?

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

naamwoord

naamwoord - Zelfstandignaamwoord 1. (grammatica) een woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt Substantieven zijn zelfstandige naamwoorden, adjectieven zijn bijvoeglijke naamwoorden. Woordherkomst samenstelling van naam en woord Verwante begrippen voo...

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

naamwoord

naamwoord - zelfstandig naamwoord uitspraak: naam-woord 1. woord dat zegt hoe je iets of iemand noemt of wat voor eigenschap hij heeft ♢ 'tafel' een 'groot' zijn naamwoorden 1. zelfstandig naamwoord ...

Lees verder
1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

naamwoord

o. (-en), (taalkunde) woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt: zelfstandig, bijvoeglijk—.

1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Naamwoord

s.n.; bijvoeglijk —, eigenskipswurd (it); zelfstandig —, haednamme.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Naamwoord

o. (-en), (taalk.) woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt: zelfstandig, bijvoeglijk naamwoord.

1933
2021-07-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Naamwoord

of nomen, in de grammatica der Indo-Germaansche talen de alg. benaming voor de verbuigbare woorden, die worden onderscheiden in →substantiva of zelfstandige n. en →adjectiva of bijvoeglijke naamwoorden.