Wat is de betekenis van Morgen, morgen?

2024-02-28
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Morgen, morgen

1. Morgen: morgen, ochtend; morgen (landmaat); gen Morgen, naar het oosten. 2. Morgen: de naaste toekomst. 3. morgen: morgen; morgen früh, morgen in de vroegte, morgenochtend.