Wat is de betekenis van morgen?

2020
2022-07-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

morgen

Het begrip morgen heeft 6 verschillende betekenissen: 1) eerste deel van de dag tot aan de middag. eerste gedeelte van de dag tot aan de middag, gerekend vanaf de ochtendschemering of vanaf het hernemen van de activiteiten na de nachtrust. 2) bijeenkomst 's morgens. bijeenkomst 's morgens, georganiseerd voor een optreden, e...

Lees verder
2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

morgen

morgen - Zelfstandignaamwoord 1. (tijdrekening) het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag 2. (verouderd), (landmeetkunde) een oude Nederlandse oppervlaktemaat, die afhankelijk van de streek gewoonlijk iets kleiner dan een hectare was morgen - Bijwoord 1. (tijdrekening) de eerstvolgende dag na vandaag ...

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

morgen

morgen - zelfstandig naamwoord, bijwoord uitspraak: mor-gen 1. tijd vanaf zonsopgang tot de middag ♢'s morgens sta ik vroeg op 1. goede morgen [groet] 2. de morgen breekt...

Lees verder
1998
2022-07-04
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Morgen

1. - bij de koffie,cliché gezegde wanneer men een verzoek afslaat. Syn. van 2. Al erg oud. 2. - brengen, dat kun je denken. Wanneer iets anders is verlopen dan men had verwacht. Ook als uitdr. van ongeloof. Meestal ironisch gebruikt. In dezelfde zin goeiemorgen; ammehoela/aan mijn hoela; je tante (op een houtvlot); je zus/zuster op een houtvlot (...

Lees verder
1958
2022-07-04
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

MORGEN

Bouwlandmaat: zoveel land als een span ossen in één morgen kan ploegen. Noordhollandse maat, in Frl. alleen gebruikt in en om Het Bildt (92 a), en in officiële registers.

1954
2022-07-04
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Morgen

Oude landmaat (z. Maten en gewichten).

1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Morgen

1. s., moarn, moarntiid; ’s morgens, moarns; die —, de moarns, de moarne; vroeg in de —, yn ’e foarmoarn; ’s morgens vroeg, ieremoarn, moarns bytiid, moarns ier; onlangs op een —, (h)okkermoarns, lêstenmoarns; (groet), (goe)moarn. 2. s.n., moargen (it)...

Lees verder
1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Morgen

I. MORGEN m. (-s), 1. tijd tussen de nacht en de volle dag, ochtendstond; begin van de dag: de morgen breekt aan; tegen de morgen heeft het iets gevroren; — van de morgen tot de avond zit hij te werken, altijd door, zonder ophouden; 2. (bij uitbr.) tijd lopende van het begin van de dag tot de middag: gedurende, in de...

Lees verder
1949
2022-07-04
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Morgen

vroeger gebruikte landmaat, ca 0.318 ha.

1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

morgen

I. m. -s; ochtendstond; het begin van de dag lopende tot de middag: het is, het wordt morgen, de morgen breekt aan; des morgens; een zomerse morgen; iemand goede morgen wensen; fig. de morgen des levens, eerste levenstijdperk; II. bw. 1. op de dag, volgende op heden: ik kom morgen; vandaag of morgen, op de een of andere dag; 2. in het alg. in de (...

Lees verder
1933
2022-07-04
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Morgen

oude landmaat; plaatselijk verschillend.

1919
2022-07-04
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Morgen

landmaat, in verschillende streken varieerend, waarvan de algemeenst in gebruik zijnde was de Rijnlandsche, die +/4/5 H.A. was. Oorspr. zooveel als een man in een morgen beploegen kan; zoo ook in het mnl. dachmaet, en in het mlat. dies (eig. dag).

1916
2022-07-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Morgen

Morgen - oude landmaat van verschillende grootte. 1 N.-Holl. m. = 1 Rijnlandsche m. = 600 vierk. roeden = 0,8616 H.A., 1 Bildtsche m. = 0,92 H.A., 1 Sallandsche m. = 600 Sall. roeden = 1.2323 H.A., 1 Geldersche m. = 160 roeden van 16 voet = 0.318 H.A., 1 m. in Duitschland = 0,25 H.A.

1910
2022-07-04
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Morgen

Morgen - oude vlaktemaat, in verschillende landen van ongelijke grootte.

1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Morgen

1. Morgen m. (-s), tijd tusschen den nacht en den vollen dag, ochtendstond, begin van den dag: de morgen breekt aan; tegen den morgen heeft het iets gevroren; — van den morgen tot den avond zit hij te werken, altijd door, zonder ophouden; — bij uitbreiding; ochtend, tijd van het krieken van den dag of van iemands opstaan tot ‘s m...

Lees verder
1898
2022-07-04
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Morgen

zie Dageraad.

1870
2022-07-04
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Morgen

Morgen is de naam van eene landmaat, die in verschillende streken zeer verschillend is van grootte. De vroeger in ons Vaderland gebruikelijke is het Rijnlandsche morgen, hetwelk overeenkomt met 0,8515584 Ned. bunder (hectare). Het morgen wordt verdeeld in 600 roeden, ieder van 144 voeten. De naamsoorsprong van deze maat is onzeker; waarschijnlijk i...

Lees verder