Wat is de betekenis van Mannetje?

2026-09-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Mannetje

o. (-s).

2026-09-06
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

mannetje

1) (1981) (Vlaanderen, kindert.) penis, piemel. Syn.: kerel*....

2026-09-06
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

mannetje

mannetje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud...

2026-09-06
Wielerwoordenboek

Fons Leroy en Wim van Rooy (2010)

mannetje

mannetje: ander woord voor renner of ploegmaat.

2026-09-06
Watersport A-Z

Kramer en de Bruin (1971)

Mannetje

Mannetje - →Sluiting.

2026-09-06
Boevenjargon

Professor Henry Roskam (1949)

Mannetje

(z.h.) de mand [lees: man] met het geld. Ik zal je morgen 't...

2026-09-06
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

mannetje

o. mannetjes; kleine man; Z.-N....

2026-09-06
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

mannetje

('mannətjə) o. (-s) vklw....

2026-09-06
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

mannetje

o. (-s), 1....

2026-09-06
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Mannetje

Mannetje - in den scheepsbouw een kort stukje hoekijzer als...

2026-09-06
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Mannetje

MANNETJE, o. (-s), klein manspersoon; kort en dik ventje; —...

2026-09-06
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Mannetje

Mannetje, (B. *-N), o....

‘Mannetje’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.