Wat is de betekenis van luchten?

2024-05-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-20
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

luchten

luchten - Werkwoord 1. aan de frisse lucht blootstellen De gevangenen werden één uur gelucht. 2. gevoelens uiten Ze moest op een gegeven moment haar hart luchten. Uitdrukkingen en gezegden ♦ Iemand niet kunnen ...

2024-05-20
Ewoud Sanders woordenboeken

Ewoud Sanders (2019)

luchten

(korte tijd) in de buitenlucht laten zijn In 1950 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst, maar vast ouder. In de Penitentiaire Inrichting Over-Amstel (beter bekend als de Bijlmerbajes) spreken de gevangenen niet van het luchten, zo meldde een informant in 1998, maar van de lucht. Als voorbeeldzin gaf hij: ‘Hoe laat is de...

2024-05-20
Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

luchten

Ruimten tussen de spanten.

2024-05-20
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

luchten

luchten - regelmatig werkwoord uitspraak: luch-ten 1. het buiten laten uitwaaien ♢ je moet die kleren eens luchten Algemene uitdrukkingen: 1. ik kan hem niet luchten of zien [ik kan hem nie...

2024-05-20
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Luchten

Doorvoeren van lucht, aan de lucht brengen. L. van ruimten, waarin zich levende wezens bevinden, ten einde vocht, warmte of stofwisselingsgassen af te voeren of zuurstof toe te voeren. L. van oogstproducten, gewoonlijk om door afkoeling of droging bederf te voorkomen. Men brenge geen klam en koud product in aanraking met warme en vochtige lucht, om...

2024-05-20
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Luchten

v., luchtsje, wierje, útwierje for-, trochluchtsje, útfiizje; iem. niet kunnen —, immen net snuven hearre, hearre noch sjen, net luchtsje kinne, meije; buiten hebben, liggen om te —, op ’e wierre, to wierjen hawwe, lizze.

2024-05-20
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

Wil je toegang tot alle 16 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Luchten

I. (luchtte, heeft gelucht), 1. aan de frisse lucht blootstellen, frisse lucht laten spoelen door: bieren luchten: de hamers luchten; het koren luchten; 2. (wijnvaten, wijn) met gezwaveld doek beroken; 3. lucht geven aan, uiten: zijn hart luchten, uitstorten, zeggen wat op het hart ligt; — zijn kennis luchten, laten horen wat men weet; 4....