Wat is de betekenis van krioelen?

2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

krioelen

krioelen - Werkwoord 1. in grote aantallen willekeurig door elkaar heen bewegen (…) de talrijke wandelaars krioelen in hun bonte kledij dooreen en overal is gezang, gedans, gejuich. 2. vol zijn, druk zijn De straten krioelen hier van de toeristen....

Lees verder
2018
2022-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

krioelen

krioelen - regelmatig werkwoord uitspraak: kri-oe-len 1. naar alle kanten door elkaar heen bewegen ♢ de mieren krioelen in het nest 1. het krioelt er van de mensen [het is er erg vol] ...

Lees verder
1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

krioelen

(het krioelde, heeft gekrioeld), 1. zich in alle richtingen door elkaar bewegen, wemelen, krielen; (onpers.) het krioelde van mensen; 2. vol zijn (van): het boek krioelt van de zetfouten.

Lees verder
1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Krioelen

v., grimelje, grimmelje, wrimelje, wim(m)elje, wimerje, krielje, krioelje, krimelje, tsjispelje; het krioelt van, it sweeft fan, libbet fan, tilt (op) fan.

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Krioelen

(het krioelde, heeft gekrioeld), 1. zich in alle richtingen door elkander bewegen, wemelen, krielen: ’t woelend en krioelend leven (Luyken); (onpers.) het krioelde van mensen; 2. vol zijn (van): het boek krioelt van de drukfouten; (onpers.) in dit water krioelt het van vissen.

Lees verder
1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

krioelen

krioelde, heeft gekrioeld; wemelen, krielen: op die markten krioelt het van volk.

1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Krioelen

Krioelen (het krioelde, heeft gekrioeld), door elkander wemelen, krielen: het krioelde van menschen; in dit water krioelt het van visschen. KRIOELING, v. het krioelen, gekrioel.