Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

krioelen

betekenis & definitie

krioelen - regelmatig werkwoord
uitspraak: kri-oe-len

1. naar alle kanten door elkaar heen bewegen
♢ de mieren krioelen in het nest
1. het krioelt er van de mensen
[het is er erg vol]

Regelmatig werkwoord: kri-oe-len
ik krioel
jij/u krioelt
hij/zij krioelt
wij/zij/jullie krioelen
ik/jij/u/hij/zij krioelde
wij/zij/jullie krioelden
hij heeft gekrioeld
krioelend, krioelende

Synoniemen
wriemelen