Wat is de betekenis van knoop?

2020
2022-01-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

knoop

(1906) (Barg.) geldstuk; (meerv.) geld. • Kleine knoop: gulden. (Köster Henke: De boeventaal. 1906) • Anne vertelde dat ze voor d'r kerel, jassen en vesten van ”d'r volk” moest uittrekken en in de kast doen. Als ze wél of niét rammelden van groote knoopen. (Is. Querido: De Jordaan. Amsterdamsch Epos. 1912-1...

Lees verder
2019
2022-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

knoop

knoop - Zelfstandignaamwoord 1. (textielindustrie), (scheepvaart) een vastgetrokken lus in garen, draad, koord of touw om daarin een verdikking te maken, om einden ervan aan elkaar te bevestigen of ter bevestiging aan een ander voorwerp of weefsel Aan beide einden van het springtouw zit een knoop zod...

Lees verder
2018
2022-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

knoop

knoop - zelfstandig naamwoord 1. plat rondje waarmee je kleding sluit ♢ ik doe de knoop door het knoopsgat 1. van de blauwe knoop zijn [geen alcohol gebruiken] 2. vastgetrokk...

Lees verder
2002
2022-01-25
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

knoop

Een knoop is: 1) een plat, min of meer afgerond schijfje, meestal van kunststof of metaal (1), om twee stukken textiel aan elkaar te hechten (2); 2) een verstrengeling van een of meer draden, zie ook macramé.

1997
2022-01-25
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

knoop

Zowel in Antwerpen als in Oost-Vlaanderen gebruikt men in geval van boosheid de verwensing loop naar de knopen, knoppen! Letterlijk zou dat kunnen betekenen ‘loop naar plaatsen waar zich verwikkelingen voordoen’, in geval wij uitgaan van knopen, of ‘loop naar het verderf als knop het uitgangspunt is. De emotio...

Lees verder
1993
2022-01-25
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Knoop

Grootheid waarin in de meteorologie, de luchtvaart en de scheepvaart de windsnelheid gewoonlijk wordt uitgedrukt. De benaming stamt uit de zeevaart. E‚n knoop komt overeen met 1 zeemijl per uur, hetgeen weer overeenkomt met 1853 m per uur. In de praktijk wordt doorgaans gerekend met: 1 knoop = 1,8 km/uur = 0,5 m/sec.

Lees verder
1981
2022-01-25
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Knoop

1. Met een of meer touwen kan men op talloze manieren manipuleren en verscheidene soorten knopen of steken leggen. 2. De snelheid van een schip wordt uitgedrukt in een aantal zeemijlen (van 1852 meter of 1/60 van een graad van de evenaar) per uur. Indien een schip b.v. 15 zeemijlen per uur aflegt, zegt men dat het schip 15 knopen loopt, zonder bijv...

Lees verder
1974
2022-01-25
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

knoop

verdikking van stengel bij aanhechtingsplaats van blad; na bladafval nog zichtbaar aan bladlitteken. (bv. bij brede bladbasis: bamboe), ➝ lid.

1973
2022-01-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

knoop

m. (knopen), 1. plat, rond schijfje of min of meer halfbolvormig voorwerpje van been, hout, metaal, parelmoer of kunststof, dat reeds sinds de 13e eeuw aan kleding, of andere gebruiksvoorwerpen wordt genaaid, hetzij als sieraad, hetzij als slui ting: een benen —; parelmoeren knopen; er is een — van mijn jas; de blauwe —, kenteken...

Lees verder
1971
2022-01-25
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Knoop

Knoop - 1. De eenheid waarin de snelheid van een schip wordt uitgedrukt: 1 knoop = 1 zeemijl per uur = 1852 m/u, of circa 0,5 m/sec. →Log. 2.Een ineengestrengelde verbinding van touwwerk. → Knopen en steken. 3.Bij de botter een vulstuk tussen steven en kiel.

Lees verder
1954
2022-01-25
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Knoop

1. (plantk.) Plaats in de stengel waar het blad is ingeplant; de tussenliggende delen zijn de leden of internodiën. Bij grassen vallen de k. op, doordat de holle stengel er verdikt is en daar vaak, b.v. bij de bamboe, voorzien is van een tussenschot. Neergeslagen halmen van gras, granen etc. kunnen zich in een k. weer oprichten, doordat zich h...

Lees verder
1952
2022-01-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Knoop

s., knoop, knotte; snoerende —, snuorre; losse —, poepeknoop, -strús; gedraaide —, knekkel; — om touw op te korten, fioeleknoop; dedoorhakken, de, it punt derôf bite; daar zit de —, dêr sit de oast, dêr sit de ein fêst, d&ec...

Lees verder
1950
2022-01-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Knoop

m. (knopen), 1. plat, rond schijfje of min of meer half bolvormig voorwerpje van been, hout, metaal enz., dat aan klederen of andere gebruiksvoorwerpen wordt genaaid, hetzij tot sieraad, hetzij als een middel om ze te doen sluiten of met een deel van hetzelfde of met een ander stuk te verbinden: een benen knoop; parelmoeren knopen; een kn...

Lees verder
1949
2022-01-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Knoop

(1) (meetk.), punt waar een kromme zichzelf snijdt; (2) (natuurk.) plaatsen waar rust heerst bij een in staande trilling geraakt lichaam, zoals bijv. de luchtkolom in een gesloten orgelpijp. Er tegenover staat een buik; (3) (sterrenk.) een der twee snijpunten van twee grote cirkels aan de hemelbol; de verbindingslijn dier snijpunten heet knopenlij...

Lees verder
1942
2022-01-25
Vreemde woorden in de Sterrenkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Knoop

Vert. v. Lat. → nodus en van Gr. syndesmos = knoop, verbinding; astr. snijpunt van aequator en ecliptica of van ecliptica en de schijnbare banen van maan of planeten. De algemene betekenis is: snijpunt van de baan van een planeet, komeet of maan met het vlak van de aardbaan. Men onderscheidt klimmende knoop (O) en dalende knoop (ö). Is he...

Lees verder
1937
2022-01-25
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

knoop

m. knopen (1 benen, metalen, glazen, paarlemoeren schijfje, dat men aan een kledingstuk zet, passende in een knoopsgat om het kledingstuk te doen sluiten, of tot sieraad; 2 toegehaalde strik in een touw, draad, riem, of tussen twee touwen, draden enz. ter verbinding; verbinding, band; 3 vloek; 4 de tegenover elkaar staande snijpunten van twee grote...

Lees verder
1933
2022-01-25
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Knoop

1) ineengedraaide strik v. verschill. aard v. touw; 2) maat v/d snelheid v/e schip, afstand tusschen 2 knoopen i/d loglijn (1852 m); 3) verdikking i/d stengel v/e plant, waar een blad daaruit komt; 4) b/e trilling plaats met de kleinste wijdte; tegenstelling buik.

Lees verder
1933
2022-01-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Knoop

1° toegehaalde strik in touw, draad e.d. In de chirurgie dient een knoop om een bloedvat te onderbinden of twee wondvlakten in bepaalde spanning tegen elkaar te leggen. Meestal gebruikt men daarbij een dubbelen knoop, waarbij de tweede k. dient om den eersten te fixeeren. Men onderscheidt: vrouwenknoop, schippersknoop en chirurgischen knoop. Bi...

Lees verder
1916
2022-01-25
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Knoop

Een gedeelte der loglijn. 1/120 zeemijl. 1 zeemijl = 6080,27 eng. voet = 1853,242 M. 1 knoop = 50,67 eng. voet = 15-444 M.

Lees verder
1916
2022-01-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Knoop

Knoop - 1) voor het vastmaken van verschillende touwen aan boord van schepen worden verschillende k. gebruikt, die afhankelijk van het doel waarvoor het touw dient, min of meer gemakkelijk gelegd en losgemaakt moeten kunnen worden. Verder worden k. gebruikt ter begrenzing van een eind touw tegen loswerken, voor het mooi of ook wel voor betere houva...

Lees verder