Klappen
(klapte, heeft geklapt), 1. naam voor het natuurlijk geluid van zekere vogels (eksters, raven, papegaaien); 2. druk babbelen, snateren; 3. (meest Zuidn.) keuvelen, genoeglijk samen praten ; 4. (alleen Zuidn.) praten: het kind begint al te klappen; over iets, met iemand klappen; — in en uit klappen, niet goed weten wat men ver...