Wat is de betekenis van klappen?

2026-01-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Klappen

(klapte, heeft geklapt), 1. naam voor het natuurlijk geluid van zekere vogels (eksters, raven, papegaaien); 2. druk babbelen, snateren; 3. (meest Zuidn.) keuvelen, genoeglijk samen praten ; 4. (alleen Zuidn.) praten: het kind begint al te klappen; over iets, met iemand klappen; — in en uit klappen, niet goed weten wat men ver...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Studenten van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

klappen

(1990+) (straattaal) (iemand) klappen geven (letterlijk of figuurlijk). • Klappen. 'Ik ga hem klappen': ik ga hem in elkaar slaan. (Frank Bierens & Mo Veld: Gigataal. Stijlwoordenboek voor het nieuwe millenium. 1999) • Dus ik zeg tegen zo’n bitch die in de plee tegen me aanstoot: “Zal ik jou es effe klappen?” Blijkt...