Wat is de betekenis van klank?

2019
2022-05-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

klank

klank - Zelfstandignaamwoord 1. in het algemeen wordt hiermee het totaal aan eigenschappen van een geluid aangeduid

Lees verder
2018
2022-05-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

klank

klank - zelfstandig naamwoord 1. manier waarop men een geluid hoort ♢ haar stem had een scherpe klank Zelfstandig naamwoord: klank de klank de klanken het klankje

Lees verder
2007
2022-05-21
logopedie

Logopedisch Lexicon

Klank

(m.) 1. (alg.) de zintuiglijke gewaarwording die ontstaat bij het opvangen van akoestische golven door het oor; 2. (stem) een geluid dat ontstaat door regelmatige trillingen van de stemplooien en de stand van de articulatieotganen (gearticuleerd spraakgeluid); pulmonaire ~ klank die gemaakt wordt met lucht uit de longen; omdat de lucht naar buiten...

Lees verder
1998
2022-05-21
Nova

Begrippenlijst Nova

Klank

Een combinatie van een grondtoon met boventonen.

1973
2022-05-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

klank

m. (-en), 1. (in het algemeen) geluid of een bepaald geluid als iets waarneembaars: met (veel) —, met veel gerucht; (gew.) met — buitenvliegen, vierkant eruitgegooid worden; met — buitensmijten, vierkant eruitsmijten, de deur uitgooien; 2. (m.n.) geluid dat ontstaat door regelmatige trillingen, toon: een schelle, een heldere &mda...

Lees verder
1952
2022-05-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Klank

s., klang, klank, toan, lûd.

1950
2022-05-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Klank

I.m. (-en), 1. (in ’t alg.) geluid of een bep. geluid als iets waarneembaars: geen klank verdooft het plechtig ja (Staring); — met (veel) klank, met veel gerucht ; (Zuidn.) iem. met klank buitensmijten, hem vierkant de deur uit gooien; — 2. (inz.) geluid dat ontstaat door regelmatige trillingen, toon: een...

Lees verder
1949
2022-05-21
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Klank

periodieke luchttrillingen; z knal, geruis en toon.

1937
2022-05-21
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

klank

m. -en (1 [klinkend] geluid; 2 een afzonderlijk geluid; 3 een zuiver, muzikaal geluid; 4 een der hoedanigheden, van een klank in bet. 3; 5 het eigen, karakteristieke geluid v. e. stof, een muziekinstrument; ook in fig. verband; 6 in het mv. zang; muziek; 7 het geluid van een spraakklank of een complex van spraakklanken; ook in fig. zin; 8 de klankw...

Lees verder
1933
2022-05-21
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Klank

harmonisch samenstel v. geluiden.

1933
2022-05-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Klank

Speciale vorm eigen aan het geluid van ieder acoustisch of speelinstrument. De tonen, teweeggebracht door deze instrumenten, zijn in het algemeen samengesteld uit enkelvoudige tonen (grondtoon, boventonen, ondertonen). De wijze, waarop deze verschillende enkelvoudige tonen zich tot elkaar verhouden (verhouding van intensiteit of phase), bepaalt den...

Lees verder
1932
2022-05-21
Muziek

Muziek lexicon

Klank

de toon als acoustisch verschijnsel, ontstaat door hoorbare periodieke trillingen van een elastisch lichaam, dat door slaan, tokkelen, strijken, enz. uit zijn evenwichtstoestand wordt gebracht. Het aantal trillingen bepaalt de toonhoogte en wel zoo, dat toonhoogte en trillingsgetal omgekeerd evenredig zijn, De K. wordt benoemd naar den laags...

Lees verder
1916
2022-05-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Klank

Klank - Geluid, dat ontstaat door het samenklinken van een aantal tonen van verschillende toonhoogte. Naar gelang van de verhouding dezer toonhoogten is de k. meer of minder welluidend. Geeft een muziekinstrument een bepaalden toon, dan worden tegelijkertijd een aantal boventonen van meerdere of mindere intensiteit waargenomen, die te zamen met den...

Lees verder
1898
2022-05-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Klank

Het begrip klank heeft 2 verschillende betekenissen: 1. klank - KLANK, m. (-en), geluid, dat ontstaat door regelmatige trillingen; geluid, galm, toon doffe, schelle, héldere klank; de klank eener klok; — (Zuidn.) iem. met klank buitensmijten, hem vierkant de deur uitgooien — (fig.) ijdele klanken, nietszeggende woorden; (ook) w...

Lees verder
1898
2022-05-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Klank

zie Geluid.

1870
2022-05-21
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Klank

zie Geluid.