Wat is de betekenis van Keren?

2022
2022-08-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

keren

(1882) (sold. en stud.) straf toegepast op baren of groenen*: het bed (met de persoon erin) omdraaien. • Een baar (groen, nieuweling), die door een oudjen en anaitié wordt genomen, is een dokstukje; zijn ongelukkige collega, die veel te lijden heeft in den groentijd, een donderstukje. Deze komt dan ook al spoedig te weten wat keeren bet...

Lees verder
2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

keren

keren - Werkwoord 1. (ov) de andere zijde toewenden Hij keerde de lap stof zodat de ongebruikte zijde te voorschijn kwam. 2. ergatief een voertuig een bocht van 180 graden doen maken Ik vermoedde dat ik op de verkeerde weg zat en ben daarom maar even gekeerd...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

keren

keren - regelmatig werkwoord uitspraak: ke-ren 1. het in tegenovergestelde richting brengen ♢ ik heb de auto gekeerd 2. in tegengestelde richting gaan ♢ ik ben gekeerd en teruggereden ...

Lees verder
2016
2022-08-18
Prorail

Begrippenlijst Prorail

Keren

Keren is het vertrekken van een trein in tegengestelde richting ten opzichte van zijn aankomst op de eindbestemming met hetzelfde materieel onder een ander treinnummer.

2016
2022-08-18
OVnet

Begrippenlijst spoortermen

Keren

Een trein die op zijn bestemming(station) is aangekomen en met hetzelfde materieel onder een ander treinnummer terug keert in de richting van zijn herkomst, maar kan een ander station als bestemming hebben.

2008
2022-08-18
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

keren

(alleen onbep. wijs) GY - ruglings over of van een toestel gaan of springen

1997
2022-08-18
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

keren

zie Meppel. keren(e) Bastaardvloek die een vervorming is van kyrie of christ. Als uitroep dient het woord om ongeloof, verbazing enz. uit te drukken.

1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

keren

(keerde, heeft en is gekeerd), I. (overg.), 1. wenden, draaien, iemand of iets in een tegenovergestelde stand brengen, omdraaien: een blad, een kaart —; kaas —, omleggen; een schip —, wenden; iets binnenstebuiten, ondersteboven —; een drukvel —, het om de korte as draaien; (oneig.) hoe men het wendt of keert, het blijf...

Lees verder
1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Keren

v., keare; binnenst buiten —, omstrûpe.

1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

keren

I. keerde, h. gekeerd ([de vloer] vegen [met een bezem]): de meid gaat de straat keren; keer voor je eigen deur; inz. Z.-N; II. keerde, h. (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8), i. (9, 10, 11) gekeerd (1 een omdraaiende, omwentelende beweging doen maken; 2 iets zo draaien, dat het onderste boven komt; 3 iets zo draaien, dat het binnenste naar buiten komt; 4 de...

Lees verder
1916
2022-08-18
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Keren

Keren - (Hebr. hoorn), hoorninstrument bij de Israëlieten.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Keren

KEREN, (keerde, heeft gekeerd), vegen; (spr.) elk kere voor zijne eigen deur; komende, vindt hij het huis ledig, met bezemen gekeerd en versierd.

1869
2022-08-18
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Keren

een grieksch woord, beteekent: ongeluksgodinnen, doodsgodinnen. De oudste grieksche dichters geven den naam van K. aan de gepersonifieerde verschillende manieren van sterven; later komen de K. als wraakgodinnen voor met deErynniën.