Wat is de betekenis van jatten?

2020
2021-01-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

jatten

1) (19e eeuw) (Barg.) (ww.) stelen. Afgeleid van het Hebr. jad (hand). De volkstaal kent talrijke syn. voor stelen: achterhouden*; achteroverdrukken*; afgappen*; askenen*; baaien*; bewiegemen*; djaffen*; djakken*; doffen*; van eigenaar* verwisselen; fazelen*; gannefen*; handelen*; kaaien*; kiepelen*; klauwen*; knappen*; knarpen*; krabbedieven*; kra...

Lees verder
2019
2021-01-21
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

jatten

stelen, gappen, pikken In 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke. Köster Henke geeft onder meer als voorbeeldzin: ‘Dat is een mooie stad om te jatten voor de krummeldieven.’ Ontleend aan het Hebreeuwse jad (‘hand’). Men zei met de jat pezen voor ‘de hand ophouden, bedelen’ en...

Lees verder
2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jatten

jatten - Werkwoord 1. (ov) (Jiddisch-Hebreeuws) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen Het bleek dat zijn mobieltje gejat was door Ronald. jatten - Zelfstandignaamwoord jatten - Werkwoord 1. meervoud verleden tijd van jatten ...

Lees verder
2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

jatten

jatten - regelmatig werkwoord uitspraak: jat-ten 1. stiekem nemen wat niet van jou is ♢ hij heeft een auto gejat Regelmatig werkwoord: jat-ten ik jat jij/u jat ...

Lees verder
2014
2021-01-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

jatten

(< jat, hand), stelen, gappen: Het ken niet bestaan, dat jij honderd gulde fan Piet Wilser hep gejat, COHEN 200.

1997
2021-01-21
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

jatten

zie fiets.

1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

jatten

(jatte, heeft gejat), (volkstaal) gappen, wegdieven.

1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Jatten

(jatte, heeft gejat), (diev., volkst.) gappen, wegdieven.

1949
2021-01-21
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

jatten

stelen.

1948
2021-01-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

jatten

stelen.

1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Jatten

JATTEN, (jatte, heeft gejat), (diev.) jutten, gappen, wegdieven. JATTER, m. (-s), dief, gapper.