Wat is de betekenis van hout?

2020
2022-05-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

hout

Het begrip hout heeft 3 verschillende betekenissen: 1) harde stof. harde stof waaruit de stammen en de takken van bomen en heesters bestaan; ook: soort hout. In toepassing op het hout aan de boom en in toepassing op hout als materiaal. 2) golfclub. golfclub, vroeger met een houten clubhoofd. 3) de houten blaasinstrumenten....

Lees verder
2020
2022-05-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

hout

(1950, vero.) (Vlaanderen, Barg.) (vaak meerv.) geld. • Hout. Wordt veel in de meervoudsvorm gebruikt, en wordt uitge sproken: haten. - Vijf houten, twintig houten = vijf frank, twintig frank. Waarschijnlijk afgeleid van het bolspel, waar er dan spraak is van het winnen met drie houten (drie houten bollen). (Oostvlaamsche Zanten. Mededeling...

Lees verder
2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hout

hout - Zelfstandignaamwoord 1. (n) het materiaal in het binnenste van houtige planten (bomen, struiken, etc) 2. (m) bos, park, bijv. Haarlemmerhout, Kralingerhout, Leidse Hout We hebben heerlijk in de hout gewandeld.

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hout

hout - zelfstandig naamwoord 1. stof waaruit bomen bestaan ♢ deze kast is van hout gemaakt 1. hij is uit het goede hout gesneden [is eerlijk en betrouwbaar] 2. we moeten op een...

Lees verder
2017
2022-05-16
Muzikanten

Jargon & Slang van muzikanten, discjockeys en popliefhebbers

Hout

Hout - muzikantenslang voor klarinet of trommelstokken.

2002
2022-05-16
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

hout

Hout is een: 1) gegroeid materiaal; dat gedeelte van een boomstam dat door de bast wordt bedekt; loodrecht op de lengte van de stam doorgezaagd zijn de jaarringen te zien; het gedeelte met de brede, lichtgekleurde ringen is het voorjaarshout; het gedeelte met de smallere, donker gekleurde ringen is het najaarshout; in zomer en winter staat de groei...

Lees verder
1985
2022-05-16
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

HOUT

gehucht in de Noordbrabantse gemeente Geldrop.

1981
2022-05-16
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Hout

is de door cambium, bast, schors, kurkcambium en korst omgeven kern van vezels, houtparenchym (= celweefsel) en houtvaten van bomen en heesters. Het jonge, nog weke buitenste gedeelte van de houtcilinder heet spint, het oudere, hardere, inwendige kernhout. Hout wordt als timmerhout, in de meubelindustrie, voor draaiwerk, voor de papierbereiding, al...

Lees verder
1974
2022-05-16
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

hout

of xyleem, weefsel waaruit stammen en takken van loof- en naaldbomen zijn opgebouwd. Primair xyleem ligt in vaatbundels van wortels en stengels, ook bij kruidachtige planten, heeft steun- en transportfunctie. Secundair xyleem; hout, ontstaat uit cambium.Het spinthout (buitenste) leeft nog, het kernhout (binnenste) is dood, bevat hars en looistoffen...

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

hout

o. (-en), 1. (stofn.) planteweefsel dat door verdikking van de vaten en afsterving van protoplasten stijf en hard wordt; in het algemeen het harde, door de bast bedekte gedeelte van de stammen en wortels van bomen en heesters (e): een stuk —; in het schieten, (van een boom) in plaats van vrucht te zetten, nieuw hout maken; groen -, levend ho...

Lees verder
1972
2022-05-16
OHS1

Oosthoek Encyclopedie supplement

Hout

o. (-en), 1. (stofn.) in het algemeen het harde door de bast bedekte gedeelte van de stammen en wortels van bomen en heesters. Voor een overzicht van de wereldproduktie zie afb.

1971
2022-05-16
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Hout

Hout - Enige voor de jachtbouw gebruikelijke soorten: Teak is het duurzaamste, goudgeel van kleur; krijgt door licht en lucht een donkerder tint. Op zoet water krijgt het aan de oppervlakte een grijsbruin verweringslaagje, dat gemakkelijk weer weg te schuren is. Op zee daarentegen bijten de in het water aanwezige mineralen het teakhout uit waardoor...

Lees verder
1958
2022-05-16
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

HOUT

Brug (bijv. Weidumerhout). Houtsje, vonder; heechhout, hoge voetbrug, zie Brug.

Lees verder
1954
2022-05-16
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Hout

Onder h. verstaat men een plantaardig weefsel, waarvan de cellen, zulks in tegenstelling met die van kruidachtige gewassen, althans ten dele verhout zijn, d.w.z. dat zich in de celwanden, die oorspronkelijk gevormd zijn uit cellulose, houtstof (lignine) heeft afgezet, terwijl dit weefsel tevens in het bezit moet zijn van tracheale elementen, die di...

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hout

s.n., hout (it); — tot brandhout verwerken, houtsjekappe, houtsje.

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Hout

o. (-en), 1. (stofn.) in botan. zin dat deel van het plantenweefsel dat door verdikking der vaten en afsterving van protoplasten stijf en hard wordt; in het alg. het harde, door de bast bedekte gedeelte der stammen en wortels van bomen en heesters : een voer, een lading, een stuk hout; een e(i)ndje hout, een lat; — in het hout schie...

Lees verder
1949
2022-05-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Hout

Hout noemt men het houtlichaam, dat voorkomt bij verschillende plantensoorten en dat ontstaat door de werking van het teeltweefsel (cambium). Het bestaat uit houtvezels en H.-vaten, waartussen het H,-parenchym ligt. Een loofhoutstam op dwarse doorsnede laat verschillende ringen zien. naar buiten afgesloten door een lichtere laag, de groei van een j...

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hout

I. o.; 1. het voornaamste bestanddeel van stam, wortels en takken van bomen, heesters, in onderscheiding van merg en schors, deel van een vaatbundel, waardoor het water omhoog wordt gevoerd; in het alg. stofn. voor stammen, wortels en takken en wat daarvan afkomstig is: droog hout, fijn hout, dood hout, kwastig hout; turf en hout opdoen, brandhout;...

Lees verder
1933
2022-05-16
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Hout

de stof, waaruit wortels, stam en takken v. hoornen en heesters bestaan; zij bevatten vaten, gevuld met lucht of water en dienende om water omhoog te voeren n/d bladeren. Als bouwmateriaal wordt het h. steeds meer verdrongen door ijzer en beton. Zeer aanzienlijk is bet gebruik b/d papierfabricage, lucifers-, meubel- en kunstzijdeind. Voornaamste so...

Lees verder
1928
2022-05-16
Huisvrouw

Encyclopedie voor de huisvrouw

Hout

Het ongeschilderde houtwerk, zooals hakbord, vleesch- en vischplank, deegrol, koolschaaf en al de grootere en kleinere ingrediënten, die uit „wit hout” gemaakt zijn, worden in den loop van den tijd door 't gebruik goor en onooglijk. Zulk houtwerk moet eerst flink schoongemaakt worden met zeepwater, of, zoo het niet erg vuil is...

Lees verder