(1950, vero.) (Vlaanderen, Barg.) (vaak meerv.) geld.
• Hout. Wordt veel in de meervoudsvorm gebruikt, en wordt uitge sproken: haten.
- Vijf houten, twintig houten = vijf frank, twintig frank. Waarschijnlijk afgeleid van het bolspel, waar er dan spraak is van het winnen met drie houten (drie houten bollen). (Oostvlaamsche Zanten. Mededelingen van de bond der Oostvlaamse folkloristen, september-december 1950)