Wat is de betekenis van hoeve?

2020
2021-09-17
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

hoeve

boerderijgebouwen. gebouwencomplex met inbegrip van het omliggende terrein dat dienst doet of deed als traditioneel familiaal landbouwbedrijf, met zowel melkvee en slachtvee als akkerbouw; ook: een zodanig gebouwencomplex waar de oorspronkelijke landbouwbedrijvigheid plaats gemaakt heeft voor nieuwe functies zoals die van toeristenhotel, psy...

Lees verder
2019
2021-09-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoeve

hoeve - Zelfstandignaamwoord 1. (landbouw) boerderij hoeve - Werkwoord 1. aanvoegende wijs van hoeven

Lees verder
2018
2021-09-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hoeve

hoeve - zelfstandig naamwoord uitspraak: hoe-ve 1. huis met een landbouw- of veeteeltbedrijf ♢ zij wonen in een grote hoeve Zelfstandig naamwoord: hoe-ve de hoeve de hoeves Sy...

Lees verder
2015
2021-09-17
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

hoeve

boerderij Vandaag zien we dat het hoeve- en plattelandstoerisme ook sterk heeft bijgedragen tot het positieve imago van de landbouw. (Noël Devisch, Waar is die boer gebleven?) Ook in Nederland wordt het woord 'hoeve' gebruikt, maar het heeft daar een bijklank van afgelegen en wel erg kleinschalig. Belgisch-Nederland...

Lees verder
1985
2021-09-17
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

HOEVE

buurtschap in de Noordbrabantse gemeente Valkenswaard.

1973
2021-09-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

hoeve

v./m. (-n), 1. boerderij, hofstede, soms alleen de woning (e): een — pachten; een schilderachtige —; ook als naam van vele boerenplaatsen e.d.; 2. (hist.) stuk land van bepaalde grootte, veelal 16 morgen. (e) Oorspronkelijk was een hoeve zo veel land als nodig was voor een boerenbedrijf, dat door een normaal gezin bewerkt kon worden e...

Lees verder
1952
2021-09-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hoeve

s., (boere)pleats, -spul (it).

1950
2021-09-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hoeve

ook HOEF, v. (hoeven), 1. boerderij, hofstede, soms alleen de woning: een hoeve pachten; een schilderachtige hoeve; ook als naam van vele boerenplaatsen en andere landelijke verblijven: Willemshoeve enz. ; 2. (hist.) stuk land van bepaalde grootte, veelal 16 morgen.

Lees verder
1898
2021-09-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hoeve

Het begrip hoeve heeft 2 verschillende betekenissen: 1. hoeve - HOEVE ook HOEF, v. (hoeven), boerderij, boerenwoning: eene hoeve pachten; (w. g.) eene landelijke hoeve, landhoeve; (in den naam van vele hoeven) Willemshoeve enz.; (hist.) een stuk land van bepaalde grootte, nl. 16 morgen.. 2. hoeve - HOEVE v. (-n), (veroud.) (dierk.) de muts of netm...

Lees verder
1870
2021-09-17
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Hoeve

Hoeve (Eene), in het Oud-Hoogduitsch huoba en sedert de 5de eeuw in het Latijn mansus, was in de middeneeuwen bij de Duitschers en Nederlanders eigenljik dat gedeelte van het gezamenlijk landbezit, hetwelk aan elk stamhoofd ter bebouwing werd aangewezen. De hoeve is dus eigenlijk de grondslag van het grondbezit. Gewoonlijk bevatte eene hoeve zoovee...

Lees verder