Wat is de betekenis van hoeveelheid?

2019
2022-07-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoeveelheid

hoeveelheid - Zelfstandignaamwoord 1. de kwantiteit waarin iets aanwezig is De hoeveelheid malware is in één jaar verdrievoudigd. Woordherkomst afgeleid van hoeveel met het achtervoegsel -heid Synoniemen grootheid, kwantiteit, sterkte, aantal

Lees verder
2018
2022-07-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hoeveelheid

hoeveelheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: hoe-veel-heid 1. hoeveel het er zijn, een getal ♢ welke hoeveelheid meel gebruik je in dat recept 2. gedeelte of portie ♢ mijn broer kan grote hoev...

Lees verder
2017
2022-07-05
WizWijs

Inzicht voor leerling en leerkracht

hoeveelheid

Hoeveelheid is een niet nader bepaalde grootheid in getal, omvang, volume en dergelijke.

1973
2022-07-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

hoeveelheid

v. (-heden), 1. groter of kleiner aantal of menigte van gelijksoortige zaken: de — rode bloedlichaampjes per mm3; — van beweging, →impuls; 2. portie, gedeelte, dosis: een zekere — water.

Lees verder
1952
2022-07-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hoeveelheid

s., mannichte, mennichte partij; grote —, protte, slomp (e) smeet, smak, smite, soad (it), bult(e) poarsje (it), brout(e), rêst, knoarre sleep; geringe —, protsje (it), nustje (it); grotevloeistof, bak, bats; door de, bij grote —, troch de, by de mannichte.

1950
2022-07-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Hoeveelheid

v. (...heden), 1. groter of kleiner aantal of menigte van gelijksoortige zaken: de hoeveelheid rode bloedlichaampjes in een mm3; (rekenk.) een verzameling van gelijksoortige eenheden: een concrete, een abstracte hoeveelheid ; 2. portie, gedeelte, dosis : een zekere hoeveelheid water ; dit middel moet bij kleine hoeveelheden...

Lees verder
1937
2022-07-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hoeveelheid

v. -heden; aantal; portie, deel; menigte: een grote hoeveelheid.

1898
2022-07-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hoeveelheid

HOEVEELHEID, v. (...heden), grooter of kleiner aantal of menigte; portie, gedeelte, dosis: eene zekere hoeveelheid water; dit middel moet bij kleine hoeveelheden gebruikt worden; (rekenk.) eene verzameling van gelijksoortige eenheden: eene concrete, eene abstracte hoeveelheid.

1898
2022-07-05
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Hoeveelheid

zie Aantal.