Hannes
m. (-sen), 1. mansnaam, Johannes; — (zegsw.) mettertijd komt Hannes in het wammes, langzaam gaat zeker; — schele Hannes, iemand die scheel kijkt; 2. lummel, sul; — broddelaar.
Van Dale Uitgevers (1950)
m. (-sen), 1. mansnaam, Johannes; — (zegsw.) mettertijd komt Hannes in het wammes, langzaam gaat zeker; — schele Hannes, iemand die scheel kijkt; 2. lummel, sul; — broddelaar.
Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?
Word vriendOf oriënteer eerst en blader door onze categorieën
Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang
Marc De Coster (2020-2025)
(19e eeuw) (scheldw.) sullig persoon; lummel. ‘Schele Hannes’ is een scheldwoord voor iemand die scheel ziet maar ook voor een onbetrouwbaar sujet. Hannes is een verkorting van de voornaam Johannes. Zie ook: Lange Hannes. • 't Is en hannes. (G.J. Boekenoogen: De Zaansche volkstaal. 1897) • Stomme hannes! grom...
Gerelateerde zoekopdrachten
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen:
Sluit je aan bij 1.387 vrienden die Ensie steunen
Voer je e-mailadres in om verder te gaan of Login