Hannes
m. (-sen), 1. mansnaam, Johannes; — (zegsw.) mettertijd komt Hannes in het wammes, langzaam gaat zeker; — schele Hannes, iemand die scheel kijkt; 2. lummel, sul; — broddelaar.
Benieuwd hoe Ensie en Prisma digitale woordenboeken jouw lessen kunnen versterken?
Van Dale Uitgevers (1950)
m. (-sen), 1. mansnaam, Johannes; — (zegsw.) mettertijd komt Hannes in het wammes, langzaam gaat zeker; — schele Hannes, iemand die scheel kijkt; 2. lummel, sul; — broddelaar.
Marc De Coster (2020-2025)
(19e eeuw) (scheldw.) sullig persoon; lummel. ‘Schele Hannes’ is een scheldwoord voor iemand die scheel ziet maar ook voor een onbetrouwbaar sujet. Hannes is een verkorting van de voornaam Johannes. Zie ook: Lange Hannes. • 't Is en hannes. (G.J. Boekenoogen: De Zaansche volkstaal. 1897) • Stomme hannes! grom...
Marc de Coster (2007)
sullig persoon; lummel. Bij Boekenoogen: 't Is een hannes. Schele Hannes is een scheldwoord voor een onbetrouwbaar sujet. Hannes is een verkorting van de voornaam Johannes. Stomme hannes! grommelde Verhoef, de kooi latend om voor ’t raam te gaan, waar hij bleef uitzien naar wat er sedert de morgen veranderd was. (Frans Coenen, Zondagsru...
M. J. Koenen's (1937)
m. -en, mansnaam uit Johannes,sukkel, sul: zegsw. met de tijd komt Hannes in ’t wammes, kleine kinderen worden groot; fig. langzaam gaat zeker.
Jozef Verschueren (1930)
('hannəs) m. (-en) I. Hannes verkorting van Johannes. II. 1. Algm. (kleine) persoon : mettertijd komt in ’t wammes, kleine kinderen worden groot of van lieverlede bereikt men zijn doel. 2. Inz. a. bijdehand persoon : een echte -. b. lummel, sukkel: wat een -!
Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)
m. (-sen), 1. mansnaam, Johannes; (zegsw.) mettertijd komt in het wammes, langzaam maar zeker; 2. lummel, sul: onhandig iemand,
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: