Wat is de betekenis van gewaad?

2020
2022-08-19
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

gewaad

Het begrip gewaad heeft 3 verschillende betekenissen: 1) kleding. kleding; omhulsel; outfit. 2) formeel jurkachtig kledingstuk. formeel kledingstuk, vaak in de vorm van een lange jurk, dat op speciale gelegenheden wordt gedragen of om een bepaalde overtuiging uit te dragen, vaak door mensen met een bepaald beroep of functie, bijvoorb...

Lees verder
2019
2022-08-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gewaad

gewaad - Zelfstandignaamwoord 1. een voornaam en omhullend kledingstuk Zij verscheen gehuld in een prachtig gewaad en gesierd met prachtige juwelen. gewaad - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van waden Woordherkomst afgeleid van waad met het voorvoegsel ge-

Lees verder
2018
2022-08-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gewaad

gewaad - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-waad 1. kledingstuk dat lijkt op een jurk ♢ hij droeg een prachtig versierd gewaad Zelfstandig naamwoord: ge-waad het gewaad de gewaden...

Lees verder
1990
2022-08-19
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

gewaad

gewaad - Eéndelige lange, losvallende kledingstukken, als dagelijkse kleding gedragen door mannen en vrouwen van vanaf de oudheid tot, vooral in Aziatische en Afrikaanse landen, de moderne tijd. Ook soortgelijke kledingstukken die worden gedragen bij ceremoniële en officiële gelegenheden of als symbool van ambt of beroep.

1973
2022-08-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gewaad

o. (gewaden), 1. kleding die een bepaalde indruk op de beschouwer maakt, hetzij als geheel (kledij) of als voorwerpsnaam; in de laatste betekenis meestal voor opperkleed: haar — was van lichtblauwe zijde; een lang, een eenvoudig —; kleurige gewaden; het geestelijk aantrekken, geestelijke worden; 2. (fig.)b.v. in toepassing op de taal w...

Lees verder
1952
2022-08-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gewaad

s.n., gewant (it), gewaed (it), klaed (it), plún.

1937
2022-08-19
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gewaad

o. gewaden (deftig kleed; de kledij als geheel, in niet alledaagse stijl): hij droeg een purperen gewaad; een gewaad van zijde; een plechtig gewaad, ambtskleding; zie liturgisch.

1898
2022-08-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gewaad

GEWAAD, o. (...waden), kleeding, kleedij haar gewaad was van lichtblauwe zijde; een lang, een eenvoudig, een armoedig gewaad; — (fig.) het kleed waarin men een schrijver, die vertaald wordt, steekt: Shakespeare in een Nederlandsch gewaad; — dos, omhulsel, tooi: het boek is in een keurig gewaad gestoken, fraai gedrukt en gebonden; de aar...

Lees verder