Synoniemen van Engel

schat, hemelgeest
2019-10-21

Engel

Engel, bovenaards wezen, dienaar en boodschapper van God, beschermer van de mens, ingedeeld in rangen als aartsengel, cherub en seraf (zie ook Aartsengel, Cherubijn en Serafijn); (fig. en in verg.) bijzonder mooi, lief, onschuldig mens. Geen engel zijn, menselijke ondeugden bezitten. Engelengeduld, oneindig geduld. Engelen, vaak als engel Gods of engel des Heren naar voren gebracht, zijn in de bijbel boodschappers van God en uitvoerders van Gods wil. Zo brengt een engel de boodschap van de geb...

2019-10-21

Engel

Een engel met bazuin is het symbool voor het Laatste Oordeel. Nadat de doodsengel de bazuin heeft geblazen, openen zich de graven en vindt het Laatste Oordeel plaats Qohannes- Apocalyps 9:13-15). De gevleugelde godin van de overwinning in de oudheid, Victoria (Grieks: Nike), werd in de christelijke traditie boodschapper van God. De evangelist Mattheus wordt afgebeeld als gevleugelde mens. Engelen hebben vaak bloemen- of lauwerkransen in de hand, ze strooien bloemen op het graf, musiceren of wene...

2019-10-21

Engel

Een engel (gr. bode) is de boodschapper, die het contact onderhoudt tussen God in de hemel en de mensen op aarde. In de voorchristelijke tijd was de engel al de schakel tussen goden en mensen. De gewone engel is de laagste in de rangorde van de engelen van Dionysius de Areopagiet, en de mensen het meest nabij. De engel heeft een menselijke gestalte maar ook vleugels. Daniël 7:9-10 schrijft over engelen als een goddelijke hofhouding: ‘duizendmaal duizenden dienden Hem, en tienduizend maal tien...

2019-10-21

Engel

Één van de negen hiërarchieën.

2019-10-21

engel

engel - zelfstandig naamwoord uitspraak: en-gel 1. mens met vleugels, denkbeeldig wezen ♢ engelen wonen in de hemel 1. alsof er een engeltje over mijn tong piest [ik vind het erg lekker] 2. iemand die heel lief of behulpzaam is ♢ je bent een engel Algemene uitd...

2019-10-21

Engel

De naam komt onder meer voor in Groningen (ook vaak in de vorm Engelke) en verder op alle Zeeuwse eilanden, behalve Tholen en St.-Philipsland (Meertens, Zeeuwse familienamen 26). Het kan oorspronkelijk een verkorting en vleivorm zijn van eng-namen (zie Engbert). Verder kan de naam in verband staan met de volksnaam der Angelen, zoals meer Germaanse namen afgeleid waren van volksnamen (vergelijk Fries en Sas). Ongetwijfeld is reeds vroeg verband gelegd met het christelijke leenwoord engel uit Grie...

2019-10-21

engel

engel - Zelfstandignaamwoord 1. een hemels wezen Dat is vast voorkomen door een engel. 2. iemand die iets aardigs doet Je bent een engel als je het afval aan de straat zet. Woordherkomst Afkomstig van het Griekse aggelos (bode, afgezant). Zie ook Engel

2019-10-21

Engel

Engel, afkomstig van het Grieksche woord ἄγγελος (bode), noemt men in den Bijbel een afgezant van God aan de menschen. Volgens het Oude Testament stonden de helden der Israëlietische geschiedenis, zooals Abraham, Jacob, Mozes enz., door middel van engelen in betrekking tot het Opperwezen, en in het Nieuwe Testament komen de engelen voor als dienaren van Christus en van zijn Koningrijk. Langzamerhand ontwikkelde zich de voorstelling van een uit engelen bestaanden hofstoet des Allerhoogs...

2019-10-21

Engel

ENGEL, m. (-en), (bijb.) bode of gezant van God; hemelgeest; — de engelen des hemels; de engelen des lichts; — de engel der duisternis, de duivel; — de engel des verbonds; de val der engelen; — (fig.) iem. dien men zeer lief heeft; mijn engel! inz. van kinderen; een toonbeeld van een mensch een engel van een man, van een meisje; zij is een engel; — hij was mij een reddende engel, redder uit den nood; — gij komt als een engel uit den hemel, juist te goeder ure; — de engelen schudden...

2019-10-21

Engel

Engel (Johann Jakob), Duitsch schrijver, 1741—1802; hij was leeraar aan het Joachimsthalsche gymnasium te Berlijn en van den lateren koning Frederik Willem III, gaf een tijdschrift „Der Philosoph für die Welt” uit (dl. 1 in 1775, dl. 2 in ’77, dl. 3 in 1800), waarvoor o.a. Mozes Mendelssohn en Garve bijdragen leverden, schreef een groot werk: Ideen zu einer Mimik (1785—86), tengevolge waarvan hij directeur van het „Nationaltheater” te Berlijn werd, schreef verder een Fürstenspieg...

2019-10-21

engel

engel - Bode of gezant van God, onstoffelijke hemelgeesten.

2019-10-21

Engel

Engelen zijn onstoffelijke, persoonlijke wezens, geesten. Sommigen van hen waren boodschappers van Gods besluiten aan de menschen, wat door het Grieksche woord „aggelos” beteekend wordt. Dezen hebben den naam aan het geheel dezer geesten gegeven. Dat er e. zijn, is geloofsleer, blijkend uit de H. Schrift (Gen. 3.24; 18.2; 19.1; 24.7; 28.12; 4 Reg. 19.35; Ps. 8.6; Mt. 24.36; 2 Petr. 2.11, enz.) en uit de Traditie (o.a. Clem. Rom. 1 Cor. 34.5; Ign. M. Smyr. 6.1) en is plechtig beves...

2019-10-21

Engel

De vrouw, die je niet kreeg.