Wat is de betekenis van Engel?

2020
2022-07-04
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Engel

De naam komt onder meer voor in Groningen (ook vaak in de vorm Engelke) en verder op alle Zeeuwse eilanden, behalve Tholen en St.-Philipsland (Meertens, Zeeuwse familienamen 26). Het kan oorspronkelijk een verkorting en vleivorm zijn van eng-namen (zie Engbert). Verder kan de naam in verband staan met de volksnaam der Angelen, zoals meer Germaanse...

Lees verder
2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

engel

engel - Zelfstandignaamwoord 1. een hemels wezen Dat is vast voorkomen door een engel. 2. iemand die iets aardigs doet Je bent een engel als je het afval aan de straat zet. Woordherkomst Afkomstig van het Griekse aggelos (bode, a...

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

engel

engel - zelfstandig naamwoord uitspraak: en-gel 1. mens met vleugels, denkbeeldig wezen ♢ engelen wonen in de hemel 1. alsof er een engeltje over mijn tong piest [ik vind het erg lekker]...

Lees verder
2017
2022-07-04
Henk van Oort

Lexicon antroposofie

Engel

Één van de negen hiërarchieën.

2004
2022-07-04
Ikonen Lexicon

Geschreven door Karin Braamhorst, 2004

Engel

Een engel (gr. bode) is de boodschapper, die het contact onderhoudt tussen God in de hemel en de mensen op aarde. In de voorchristelijke tijd was de engel al de schakel tussen goden en mensen. De gewone engel is de laagste in de rangorde van de engelen van Dionysius de Areopagiet, en de mensen het meest nabij. De engel heeft een menselijke gestalte...

Lees verder
2002
2022-07-04
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Engel

Een engel met bazuin is het symbool voor het Laatste Oordeel. Nadat de doodsengel de bazuin heeft geblazen, openen zich de graven en vindt het Laatste Oordeel plaats Qohannes- Apocalyps 9:13-15). De gevleugelde godin van de overwinning in de oudheid, Victoria (Grieks: Nike), werd in de christelijke traditie boodschapper van God. De evangelist Matth...

Lees verder
2000
2022-07-04
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Engel

Engel, bovenaards wezen, dienaar en boodschapper van God, beschermer van de mens, ingedeeld in rangen als aartsengel, cherub en seraf (zie ook Aartsengel, Cherubijn en Serafijn); (fig. en in verg.) bijzonder mooi, lief, onschuldig mens. Geen engel zijn, menselijke ondeugden bezitten. Engelengeduld, oneindig geduld. Engelen, vaak als engel Gods of...

Lees verder
1992
2022-07-04
Symbolen

Hans Biedermann

engel

Daar de ‘angelologie’ eerder tot de theologie dan tot de symbolenleer behoort, moet hier met enkele opmerkingen worden volstaan. De in het Oude Testament genoemde maleachim, de boodschappers van God, werden in het Grieks angeloi (Lat. angeli) genoemd, waarbij ze eerst als verpersoonlijking van Gods wil, later als leden van een hemelse h...

Lees verder
1990
2022-07-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

engel

engel - Bode of gezant van God, onstoffelijke hemelgeesten.

1982
2022-07-04
De Tale Kanaans

J. van Delden

engel

Gr. angelos, boodschapper, bode.

1981
2022-07-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Engel

volgens de leer van het christendom: een door God geschapen geest, begiftigd met een bijzondere kennis. De engelen die tegen God in opstand kwamen en door Hem werden gestraft, heten boze geesten of duivels.

1980
2022-07-04
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Engel

Engelen zijn hemelse wezens die optreden als dienaars Gods. De bijbel kent ook afvallige engelen die de duivel dienen. Het woord engel gaat terug op het Griekse aggelos: bode. Dit werd in het Latijn angelus en in het Gotisch aggilus. Het woord kwam met andere christelijke woorden door de Ariaanse missie langs het Donaugebied naar het huidige Duitsl...

Lees verder
1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Engel

[Gr. angelos, bode, vert. van het Hebr. malach], m. (-en), 1. bode of gezant van God, onstoffelijke hemelgeest, schepsel dat tussen God en de mens in staat: de engelen des hemels; een engel Gods; in toepassing op de afvallige engelen: de val der engelen; de engel der duisternis, de duivel; in zegsw.: de engelen schudden hun beddeken uit, (scherts.)...

Lees verder
1964
2022-07-04
voornamen

Voornamenboek

Engel

m De naam komt voor op alle Ze. eilanden, behalve Tholen en St.-Philipsland (Meertens, Ze. fn. 26). Het kan oorspr. een verkorting en vleivorm zijn van eng-namen (zie Engbert). Verder kan hij in verband staan met de volksnaam der Angelen, zoals meer Germ. namen afgeleid waren van volksnamen (vgl. Fries en Sas). Ongetwijfeld is reeds vroeg verband g...

Lees verder
1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Engel

s., ingel.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Engel

m. (-en), 1. (godsd.) bode of gezant van God, onstoffelijke hemelgeest: de engelen des hemels; een engel Gods; in toepassing op de afvallige engelen: de val der engelen; de engel der duisternis, de duivel; — in zegsw.: de engelen schudden hun beddeken uit, (schertsend) het sneeuwt; — (gemeenz.) het was of...

Lees verder
1939
2022-07-04
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Engel

De vrouw, die je niet kreeg.

1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

engel

m. engelen, engeltje (Gr.-Lat. angelus eig. bode: 1 hemels wezen, hemelgeest inz. in de Joodse, Christelijke, Mohammedaanse godsdienst; 2 fig. persoon met hoedanigheden als een engel; 3 liefkozingswoord): 1. de engelen: Gabriël, Rafaël, Michaël; de engel der duisternis, de duivel; 2. de engelen op het slagveld, liefdezusters; 3. mijn...

Lees verder
1933
2022-07-04
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Engel

i/d Bijbel, geestelijk wezen, middelaar tusschen God en de menschen.

1933
2022-07-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Engel

Engelen zijn onstoffelijke, persoonlijke wezens, geesten. Sommigen van hen waren boodschappers van Gods besluiten aan de menschen, wat door het Grieksche woord „aggelos” beteekend wordt. Dezen hebben den naam aan het geheel dezer geesten gegeven. Dat er e. zijn, is geloofsleer, blijkend uit de H. Schrift (Gen. 3.24; 18.2; 19.1; 24.7; 2...

Lees verder