Wat is de betekenis van Doorgang?

2019
2020-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

doorgang

doorgang - Zelfstandignaamwoord 1. opening waar men doorheen kan gaan 2. gelegenheid door te gaan Woordherkomst afleiding van het werkwoord "doorgaan" samenstelling van door en gang Synoniemen doortocht, overgang, passage Verwante begrippen grensovergang, spoorwegovergang

Lees verder
2018
2020-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

doorgang

doorgang - zelfstandig naamwoord uitspraak: door-gang 1. het er doorheen gaan ♢ we zien de doorgang van lichtstralen door glas 2. het gebeuren, het plaatsvinden ♢ het feest kan helaas geen doorg...

Lees verder
1990
2020-11-30
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

doorgang

doorgang - Relatief smalle binnenruimten die zijn ontworpen om toegang te verschaffen tot andere ruimten.

1973
2020-11-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

doorgang

m. (-en), 1. het doorgaan: de van de lichtstralen door een lens; snijlijn van een vlak met een projectievlak; in de zin van plaatshebben: het feest zal geen — hebben, gaat niet door; het passeren van een cirkel aan de hemel, m.n. van de meridiaan; het gaan van een planeet over de zonneschijf, thans gewoonlijk overgang genoemd; 2. opening die...

Lees verder
1933
2020-11-30
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Doorgang

(wisk.), → Projectie.

1916
2020-11-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Doorgang

Doorgang - (sterrek.), het oogenblik, waarop een ster zekeren cirkel der hemelsfeer, in het bijzonder een vertikaal, passeert. De d. wordt, met behulp van een passage-instrument, met oog-en-oor waargenomen, of op een chronograaf geregistreerd, tegenwoordig ook wel fotografisch vastgelegd. De d. door den meridiaan (boven- en onder-culminatie) dient...

Lees verder
1898
2020-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Doorgang

DOORGANG, m. (-en), het doorgaan iem. den doorgang weigeren; — (w. g.) ’t feest heeft geen doorgang, gaat niet door; — (sterrenk.) het passeeren van een cirkel aan den hemel, in ’t bijz. van den meridiaan; — het gaan eener planeet over de zonneschijf, thans gewoonlijk overgang genoemd; — engte, plaats waar men...

Lees verder
1870
2020-11-30
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Doorgang

Doorgang noemt men den schijnbaren togt over de zonneschijf van de binnenplaneten Mercurius en Venus, wanneer zij zich tusschen deze schijf en het oog van den op aarde geplaatsten waarnemer bevinden. Indien de loopbanen der planeten zamenvielen met den zonsweg (écliptica), zou zulk een doorgang telkens bij de onderste conjunctie plaats grijpen, doc...

Lees verder