Wat is de betekenis van doffer?

2020
2021-05-11
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

doffer

mannetjesduif. mannelijke duif; mannetjesduif. Voorbeelden: Doffers zoeken een nest uit waar ze de duivinnen naar toe lokken, om te koppelen en zich voort te planten. http://home.wanadoo.nl/halsema/pagina17.htm Die doffer was als jaarling duifkampioen van de vereniging geworden. http://www.pipa.be/artikels/vanderwegen1.htm...

Lees verder
2020
2021-05-11
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

doffer

1) (1903) (Leiden, Barg.) klap, slag. • (Köster Henke: De boeventaal. 1906) • Toen stortte de kerel zich op hem en wilde zijn zakken leegpulken. Maar daar had Jantje juist op gewacht. Want hij gaf hem een doffert, dat de sterretjes bij hem in het rond spatten. (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 3: Manu...

Lees verder
2019
2021-05-11
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

doffer

slag, stoot, klap In 1903 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. In 1937 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Gabbertaal van E.G. van Bolhuis. Ook aangetroffen als dofferd. Afgeleid van het werkwoord doffen (‘slaan’). • Bloed van moord of zoowat heb ’k goddank nooit an me vingers gehad, al h...

Lees verder
2019
2021-05-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

doffer

doffer - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) een mannetjesduif De doffer broedt meestal overdag op de eieren en de duivin de rest van de tijd. doffer - Bijvoeglijk naamwoord 1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van dof Woordherkomst Naamwoord van handeling van...

Lees verder
2004
2021-05-11
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Doffer

Algemene N naam voor het ♂ van de Duif ←; dikwijls is de gedachte aan een vogeltaxon (de orde Columbiformes) ver verwijderd, wat de spelling doffer dan rechtvaardigt [vD ]. Het lange bestaan van een speciale naam voor het ♂ van de vogel (net als Haan naast Hoen) wijst erop dat Duiven (en Huishoenders) al even zo lang bij de mensen bekend waren...

Lees verder
1981
2021-05-11
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Doffer

mannelijke duif; zie duiven.

1973
2021-05-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

doffer

m. (-s), 1. mannetje van de duif, op vele plaatsen arend geheten; 2. laatste wals aan een kaardmachine, die de gekaarde katoen van de tamboer opneemt, kamrol, afnemer.

Lees verder
1952
2021-05-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Doffer

s., doffert.

1950
2021-05-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Doffer

m. (-s), 1. mannetje van de duif, op vele plaatsen arend geheten ; 2. (volkst.) hoerenjager ; 3. laatste wals aan een kaardmachine, die de gekaarde katoen van de tamboer opneemt, kamrol, afnemer.

Lees verder
1933
2021-05-11
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Doffer

Mannetjesduif.

1916
2021-05-11
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Doffer

Doffer - mannetjesduif.

1898
2021-05-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Doffer

Het begrip doffer heeft 2 verschillende betekenissen: 1. doffer - DOFFER, m. (-s), DOFSTER. v. (-s), die slaat of stoot. 2. doffer - DOFFER, m. (-s), mannetje van eene duif, op vele plaatsen arend geheeten; — (volkst.) hoerenjager; — laatste wals aan eene kaardmachme, die de gekaarde katoen van den tamboer opneemt, kamrol, afnemer.

Lees verder