2019-10-21

check

check - Zelfstandignaamwoord 1. een controlerende actie Doe voor de zekerheid nog een check met recente antivirussoftware. check - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van checken ♢ Ik check 2. gebiedende wijs van checken check! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van checken

  • 2019-10-21

    Check

    CHECK v. CHEQUE, v. (-s), kassiersbriefje, soort wissel die aan den bezitter op zicht betaalbaar is.

    2019-10-21

    Check

    Check - Aie CHÈQUE.

    2019-10-21

    check

    check, - zie cheque.

    2019-10-21

    Check

    Check - zie cheque.

    2019-10-21

    check

    check - v. kassiersboekje, aanwijzing op de kas ter betaling

    2019-10-21

    Check

    Check - ➝ Chèque.

    2019-10-21

    check

    (Eng.) v. schriftelijke op vertoon betaalbare aanwijzing op een bank, kassiersbriefje.