Wat is de betekenis van Boekel?

1997
2022-09-26
Monumenten in Noord-Brabant

Encyclopedie over monumenten in Noord Brabant (2010)

Boekel

Dorp ontstaan in de middeleeuwen. Het werd pas in 1677 een zelfstandige parochie. Tot 1794 behoorde Boekel tot de (katholieke) heerlijkheid Ravenstein. Het in 1742 hierheen overgebrachte klooster Padua profiteerde van deze godsdienstvrijheid.

Lees verder
1985
2022-09-26
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

BOEKEL

gemeente, bestaande uit de kernen Boekel en Venhorst met de buurtschappen de Aa, Arendsnest. Berkhoek, Bieshoek. Bovenstehuis, Burgt, Elzen, Huize Padua, Leurke, Logt, Molenwijk, Mutshoek, Neerbroek, Peelsehuis, Peelstraat, Rietven, Vosdeel. Zandhoek, Zijp.Aantal inwoners: 8445 (1983); oppervlakte 3410 ha. Ligging: tussen Uden, Wanroy, Beugen, Gem...

Lees verder
1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Boekel

m. (-s), haarkrul, vooral in de pruikentijd: elk van de gefriseerde lokken vals haar aan weerszijden van het voorhoofd gedragen.

1950
2022-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Boekel

m. (-s), haarkrul, inz. in de pruikentijd: ieder der gefriseerde lokken vals haar ter weerszijden van het voorhoofd gedragen.

1947
2022-09-26
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Boekel

Noordbrabantse gemeente van 3419 ha en met (1946) 4366 R.K. inw. De bodem bestaat uit zand en afgegraven hoogveen (van de Peel) en is voor ca 80 pct cultuurgrond, waarvan ca 64 pct bouw- en 36 pct grasland. Landbouw in gemengde bedrijven (rogge, haver en voederbieten zijn de voornaamste producten van de akkerbouw) is hoofdbestaansmiddel.Het hoofddo...

Lees verder
1937
2022-09-26
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

boekel

m. boekels (haarkrul [van vals haar)).

1933
2022-09-26
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Boekel

gem. i/d prov. N.-Brabant 3200 inw.

1933
2022-09-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Boekel

Boekel - c.a., gem. in N. Brabant, ten N. van Helmond; ca. 3 500 inw. (Kath.); opp. 3 431 ha. Landbouw en veeteelt; eenige industrie (wanmolens, putringen, cementsteenen). In B. ligt Huize Padua, een Kath. inrichting voor zenuwlijders, beheerd door de Congr. der Broeders Penitenten van den H. Vader Franciscus. B. heeft peelgronden in bezit; veel on...

Lees verder
1930
2022-09-26
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Boekel

(’boekəl) I. [beuk + lo, bos] gemeente in Noordbrabant 3433 ha, 4079 inw. Landbouw, veeteelt. II. m. (-s) [Fr. boucle] haarkrul ; een pruik in -s zetten.

Lees verder
1916
2022-09-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Boekel

Boekel - dorp en gem. in de prov. N.-Brabant. De gem. is groot 2810 H.A. en telt ruim 3000 inw. De grond is grootendeels zand (Maasdiluvium), alleen in ’t O. afgegraven hoogveen (dalgrond) en in ’t W. groenland op de beekbezinking van de Aa. Landbouw en veeteelt zijn er dus hoofdbedrijven. Het dorp B. ligt 3 uur gaans ten N. van Helmond.

Lees verder
1908
2022-09-26
Vivat

Schrijver op Ensie

Boekel

Gemeente in Noord-Brabrant (arr. ’s Hertogenbosch, kanton Veghel), omgeven door de gemeenten Uden, Wanroy, Beugen, Gemert en Erp; groot ruim 3400 bunder; over het geheel bestaat de bodem uit diluvisch zand; slechts in het westelijk deel ligt een weinig klei, terwijl aan de oostgrens grootendeels afgegraven veengrond wordt gevonden; landbouw e...

Lees verder
1898
2022-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Boekel

BOEKEL, m. (-s), haarkrul, inz. in den pruikentijd eene der kunstmatige, gefriseerde krullen valsch haar ter weerszijden van het voorhoofd gedragen.

1869
2022-09-26
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Boekel

voormalig slot of kasteel in Kennemerland (N.-Holland), in het gehucht B.; bij het beleg van Alkmaar werd dit slot door de Spanjaarden geheel vernield (3 Oct. 1574). Het Boekelermeer werd 1580 ingedijkt tot een polder.

1864
2022-09-26
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Boekel

Boekel, m. (-s), haarkrul.