Wat is de betekenis van blijken?

2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

blijken

blijken - Werkwoord 1. (copl) uit iets duidelijk (geworden) zijn Het huis bleek veel te groot. 2. (modl) ~ te zijn uit iets duidelijk (geworden) zijn Hij bleek vroeger in Nederlands Nieuw-Guinea geweest te zijn. blijken - Zelf...

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

blijken

blijken - onregelmatig werkwoord uitspraak: blij-ken 1. wat je kunt merken, wat duidelijk is ♢ de jongen bleek goed in wiskunde te zijn Onregelmatig werkwoord: blij-ken ik blijk jij/u bl...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

blijken

blijken - blij'ken (het bleek, is gebleken), 1. zich vertonen, aan den dag komen: hun onschuld is gebleken, ’t zal spoedig — of hij geschikt is; doen — van, blijk of bewijs geven van: tenzij hij van zijn tegenwoordigheid doet —; laten —, te kennen geven: niets laten —, door niets zich verraden; (koppelww.) h...

Lees verder
1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Blijken

v., blike, blykte (bliek), blykt (bleken); bliken dwaen, jaen; ergens uit —, earne bliken oan dwaen; iets laten, (jin) eat skine litte.

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Blijken

(het bleek, is gebleken), 1. zich vertonen, voor den dag komen: hun onschuld is gebleken; ’t zal spoedig blijken of hij geschikt is; — doen blijken van, blijk of bewijs geven van: tenzij hij van zijn tegenwoordigheid doe blijken; — laten blijken, te kennen geven: niets laten blijken...

Lees verder
1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Blijken

BLIJKEN, (het bleek, is gebleken), het blijkt, het is bewezen, men kan het zien, het komt aan den dag: 't zal spoedig blijken of hij geschikt is; — (koppelwerkw.) hij blijkt eerlijk, ook hij blijkt eerlijk te zijn; — doen blijken van, blijk of bewijs geven van: tenzij hij van zijne tegenwoordigheid doe blijken; — laten blij...

Lees verder