Wat is de betekenis van baat?

2020
2021-02-25
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Baat

Vr. vorm van Bade. De vormen Baat, Baatje en dergelijke die nog in in het westen van Noord-Brabant voorkomen, moeten zeker niet tot Bade gerekend worden; volgens oude bewijsplaatsen zijn het vleivormen van Beatrix (Bate = Beatrijs, Halle 1381; Batha = Beatrix, Nuenen 1460; Beatrix dicta Bate, Nistelrode Noord-Brabant 1466; Bate (= respectievelijk B...

Lees verder
2018
2021-02-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

baat

baat - zelfstandig naamwoord 1. bedrag dat je overhoudt na aftrek van de kosten ♢ de baten van deze actie waren hoger dan de kosten 1. de kost gaat voor de baat uit [om winst te behalen moet je eerst uitgaven do...

Lees verder
2000
2021-02-25
Basisboek Recht

Basisboek Recht

Baat

Tegenprestatie.

1973
2021-02-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Baat

Baat - v./m. (baten), 1. nut, voordeel: dat komt hem te -, te hulp, daarvan heeft hij voordeel; 2. geldelijk voordeel: dit bedrijf werpt slechts matige baten af; ten bate van, in het voordeel van; een inzameling ten bate van de vluchtelingen.

Lees verder
1964
2021-02-25
voornamen

Voornamenboek

Baat

v Vr. vorm van Bade (Gron.). De vormen Baat, Baatje e.d . die nog in w. Noord-Brab. voorkomen, moeten zeker niet tot Bade gerekend worden; volgens oude bewijsplaatsen zijn het vleivormen van Beatrix (Bate = Beatrijs, Halle 1381; Batha = Beatrix, Nuenen 1460; Beatrix dicta Bate, Nistelrode Noord-Brab. 1466; Bate (= resp. Beatrix of Elisabeth (!) van...

Lees verder
1950
2021-02-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Baat

v. (baten), 1. nut, voordeel: dat komt hem te baat, te hulp, daarvan heeft hij voordeel; — de gelegenheid; het middel te baat nemen, zich ten nutte maken, er gebruik van maken; — min neemt list te baat, bedient er zich van, wendt haar tot zijn voordeel aan ; — veel raad, maar weinig baat, weinig hulp ;...

Lees verder
1916
2021-02-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Baat

Baat - Chineesch gewicht, gelijk aan ongeveer 16 gram.

1908
2021-02-25
Vivat

Schrijver op Ensie

Baat

Gehucht, gem. Kloosterburen, Gron

1898
2021-02-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BAAT

v. (baten), nut, voordeel: dat komt hem te baat, te hulp, daarvan heeft hij voordeel; — de gelegenheid, het middel te baat nemen, zich ten nutte maken, er gebruik van maken; — min neemt list te baat, bedient er zich van, wendt het tot zijn voordeel aan; — veel raad, maar weinig baat, weinig hulp; — hij vond geene baat bij...

Lees verder