Wat is de betekenis van afwikkelen?

2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afwikkelen

afwikkelen - Werkwoord 1. (ov) een opgewikkelde draad of kabel van de spil verwijderen door deze te draaien Hij had de draad te ver ineens afgewikkeld en deze raakte daardoor hopeloos verward in een grote knoop. 2. (ov) een bepaalde zaak geheel afhandelen Die bo...

Lees verder
2018
2022-01-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

afwikkelen

afwikkelen - regelmatig werkwoord uitspraak: af-wik-ke-len 1. losrollen van iets dat ergens omheen zit ♢ Norman wikkelde het vliegertouw van de klos af 2. ervoor zorgen dat het klaar is ♢ de kla...

Lees verder
2008
2022-01-22
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

afwikkelen

(ov ww; wikkelde af; h. afgewikkeld) LO - (mbt. de voetzool) gaandeweg vrijmaken van de bodem bij het lopen, afrollen van hiel tot tenen, spn. afrollen. • Het neerkomen van de voet kan op drie wijzen geschieden: a. op de hiel met dan verder het afwikkelen van de voet; b. op de bal, waarna de hiel even de grond aanraakt, waarop verder weer een afwik...

Lees verder
1952
2022-01-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Afwikkelen

v., ôfwuolje.

1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afwikkelen

(wikkelde af, heeft afgewikkeld), 1. eig.: draad van een klos, ook : een klos af wikkelen, afwinden ; het papier van een pakje afwikkelen ; 2. fig. : een kwestie af wikkelen, geheel behandelen, tot een goed einde brengen; — een boedel, een nalatenschap, een faillissement af wikkelen, beredderen, regelen, ie...

Lees verder
1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

afwikkelen

wikkelde af, h. afgewikkeld (een zaak langzamerhand in orde brengen, doen aflopen): een faillissement afwikkelen.

1910
2022-01-22
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Afwikkelen

Afwikkelen - (een zaak) tot een einde brengen.

1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

AFWIKKELEN

Afwikkelen (wikkelde af, heeft afgewikkeld), (w. g.) een klos afwikkelen, afwinden; ook fig. eene kwestie afwikkelen, in orde brengen; — een boedel, eene nalatenschap afwikkelen, beredderen, regelen, ieder zijn aandeel toewijzen. AFWIKKELING, v.

Lees verder